Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen

11 juli 2007

Grote Belangrijke Klant

Nimmer draag ik een mantelpak. Ik ben niet mantelpakkig. Ik ben van de rare jurkjes met roze laarzen. Ik hou mezelf voor dat mijn klanten dat op prijs stellen. Als je iets van jezelf laat zien heb je immers sneller een band, denk ik zo. Maar nu heb ik Een Grote Belangrijke Klant. Een klant waar ik al drie weken tegenop zie. Een Klant die eisen kan stellen, omdat ze Groot en Belangrijk is en veel geld heeft.

Ik wurmde mij in mijn enige mantelpak. Keurig. Grijze krijtstreep. Knalgele laarzen eronder; zoveel concessies wil ik nou ook weer niet doen. Tijdens de intake was ik afstandelijker dan normaal. Professioneler dan gewoonlijk. Geloofwaardig en verstandig, terwijl mijn gele neuzen nerveus tikten tegen de poot van het bureau. Ik eiste een technisch meneer. Twee minuten later stond er een technisch meneer voor me, die zich aan me voorstelde en zijn collega's vroeg of ik het nieuwe hoofd van de afdeling was. Het mantelpak deed haar werk.

Mijn Groot Belangrijk Contactpersoon zat tegenover me bij de lunch. Hij vertelde over zijn gezin. Vroeg of ik 'vrijgezellig' was. Ik antwoordde lachend dat dit wel een geestig moment was om het te vragen. Omdat ik het niet zo goed weet. Hij vertelde hoe hij zijn vrouw had ontmoet. En dat hij eerst geen kinderen wilde, maar nu blij is met de verrijking van zijn leven. Hij vertelde dat je in een relatie met kinderen elkaar niet uit het oog moet verliezen. Dat je af en toe de kinderen naar oma moet schoppen en met zijn twee uit eten moet. Om weer eens te praten over iets anders dan de koters. "Neem deze wijze les aan van papa," zei hij lachend. Ik prakte mijn kroket op mijn boterham en lachte mee.

's Middags trok ik mijn jasje uit en hing het over de rugleuning van mijn stoel. Mijn Groot Belangrijk Contactpersoon heette Erwin. Ik heette annemárie. Eensgezind gingen we aan het werk.
Het mantelpak vergeten.

30 juni 2007

Stress

"Sorry jongens, het gaat gewoon te goed," zei de Grote Baas. "De verkopen gaan door het dak, en dat is vaker gebeurd, maar zoals nu hebben we nog nooit meegemaakt. We zijn er nog niet helemaal op berekend. Dus ja, jullie agenda´s zitten vol tot oktober, november. Planning heeft er stress van, misschien hebben jullie er stress van. Maar we hebben besloten dat we geen rare dingen gaan doen als 'alle verloven intrekken'. Dus jullie admindagen, vakanties, kennisdagen, ontwikkeldagen blijven gewoon bestaan. Want het moet wel een beetje leuk blijven natuurlijk."

De Grote Baas ijsbeerde rondjes in de arena, aangekeken door circa 70 consultantsogen. We mochten vragen stellen. We mochten ideeën aandragen. Onze agenda's zitten inderdaad vol. Ervaren consultants zijn ingepland tot februari volgend jaar. Minder ervaren consultants - zoals ik - tot oktober. Het was wennen, in het begin. Ik was niet meer de baas over mijn eigen agenda. Als ik een klant in wil plannen moet dat in overleg en kan dat pas over een paar maanden. Je wordt een tikkie claustrofobisch van het idee dat je niet zomaar ineens een dagje vrij kan nemen om een lang weekend weg te gaan. Je agenda zit vol en ligt vast. Maar het moet ook een beetje leuk blijven.

Vandaar dat we gisteren uit eten waren met een man of twintig. Om met pijn in het hart afscheid te nemen van collega M. Na de koffie kwamen er flessen wijn op tafel en ontstond een gepassioneerd gesprek over het hoe en het wat en het hoe nu verder van ons bedrijf. Ook al hebben we allemaal stress, er is een onbedwingbare hunkering om ons te verbeteren en te ontwikkelen. Als individu, maar ook als radertje binnen de machine. Er werd met de vuist op tafel geslagen, er vielen gepassioneerde woorden. Mooie ideeën en initiatieven ontstonden. We werden verschrikkelijk dronken, tot de bediening ons de tent uit veegde.

We hebben stress ja, want het gaat te goed. Maar met zulke mensen - mensen die tot diep in de nacht samen wijn drinken en zich als een rottweiler vastbijten in een probleem en weigeren het als iets anders dan een uitdaging te zien - met zulke mensen om je heen is stress puur genieten.

06 juni 2007

Lieve mensen..

W vroeg mij vandaag "Maak je nog wat mee verder, behalve dat je verhalen over baren tikt?" Waarop ik vreselijk moest grinniken; ik dacht al dat het woord 'baren' grote gillende alarmsirenes bij hem af zou laten gaan.

De waarheid is: ik maak van alles mee. Mijn nieuwe werkplek is geïnstalleerd. Tegenwoordig zit ik op een Ikea-bank in het verdomhoekje van mijn werkverdieping te laptoppen en probeer ik de delicate balans tussen pijn-in-het-been-wegens-recht-zitten en pijn-in-de-nek-wegens-been-rust-geven te vinden. Tijdens de lunch kruk ik met dierbare collega's naar beneden om broodjes te halen, die we in een vriendschappelijk kringetje verorberen op de nabij gelegen speelplaats.

Vanuit mijn verdomhoekje werk ik aan mooie projecten en zwaai ik mijn collega's om drie uur 's middags gedag. Dan is het tijd om op het dakterras te gaan genieten van mijn ziektewet-uren, een biertje bij de hand. De aanblik van welig tierend gloednieuw groen in de even gloednieuwe plantenbakken. Af en toe knabbelen de katten aan mijn blote tenen.

Soms word ik op mijn dakterras vergezeld door fijne mensen, die een biertje mee drinken. Een praatje maken. Bewonderend naar mijn nieuwe vooralsnog groene plantjes kijken. Het niet erg vinden dat de Catalaanse worsten eerder gecremeerd dan gebarbecued zijn.

Mijn anobii-account heeft de laatste weken vele nieuwe boeken voor haar kiezen gekregen, hoewel ik Echt Sexy van Renate Dorrestein nog steeds niet heb durven openslaan. De boekenclub heeft het boek op het programma gezet, maar gezien de moordende recensies en het feit dat het een hommage is aan één van mijn favoriete boeken aller tijden (de hoofdpersoon heet Fiebie Koolveld, nu vraag ik je) durf ik nog niet. Ik ben bang dat het boek tegenvalt.

Mijn leven is boordevol. Mijn leven is lente-achtig. Mijn leven is één grote werk-extase. Mijn leven is genieten met volle teugen. Van werk, collega's, vrienden, boeken, gesprekken, drank en verkoolde worst.

Ik maak alleen niets, maar dan ook niets logwaardigs mee.

Mijn excuses.

02 juni 2007

Spannend

Ik verkeer op een grote roze werkwolk. Na negen weken op mijn kont zitten, eindeloos Dr. Phil kijken, me maatschappelijk van absoluut onnut wanen, ben ik weer aan het werk. Mijn ziekteverzuim over het afgelopen jaar bedraagt 33%. Dit vind ik schaamtevol, maar helaas ben ik dit jaar nu eenmaal breekbaar gebleken. En de verhoogde ziektekostenpremie heb ik er in ieder geval uit.

Ik heb mij er weer in gestort. Laat me horen op vergaderingen, zetel mij met één bil op het bureau van collega's om bij te praten, geniet van mijn langzaam weer volstromende agenda.

Vlak voor ik van de trap viel, was mij Een Groot Project beloofd. Ik had er zin in, voelde me gevleid dat ze het mij toevertrouwden. De zondag na mijn operatie belde ik vanuit het ziekenhuisbed mijn coach en kreunde "en die grote verzekeringsmaatschappij wier naam ik niet mag noemen.. dat gaat nu ook niet door natuurlijk!" Hij zegde toe er een mouw aan te passen.

De mouw is gepast. Mijn Grote Project gaat door. Sterker nog: ik krijg nòg een groot project, en nog één. Projecten die inhoudelijk boeiend zijn en waarmee ik mezelf kan bewijzen. Leuke mensen binnen interessante organisaties die ik mag helpen met hun bedrijfsvoering. Die ik zachtjes en immer charmant duwtjes in de goeie richting mag geven. Ik vind het fijn dat het allemaal mag. Dat het allemaal kan. Dat ik ertoe in staat geacht word.

Laat ik in godsnaam komend jaar heel blijven!

18 mei 2007

Eerste werkdag

Ik zag er tegenop, tegen werken. Ik zag op tegen al die mensen om me heen. Tegen een hele dag op een stoel zitten. Ik zou vast aanlopen tegen dingen die ik héél erg vergeten was. De baan had ik per slot van rekening nog maar een maand. Een maand waarin ik als een flipperballetje het bedrijf door ben geslingerd om links en rechts en door het midden nieuwe kennis op te doen. Kennis die nog niet ingebed was in mijn door narcose gefrituurde brein.

"Dit is M, een nieuwe Duitse consultant. Misschien dat jij hem een beetje kan inwerken?"
"Prima," zei ik geestdriftig. En knikte daar ook nog eens heel geestdriftig bij. En dacht bij mezelf 'Wat moet ik die man vertellen? In godsnaam?'
Gelukkig had hij een opleidingsboekje. Als ik heel snel las, kon ik hem voorblijven. Mijn hersencellen werden langzaam wakker. Leken dingen te herkennen en verbanden te kunnen leggen. Ze dansten een vreugdedansje in mijn hoofd. Het is lekker om na twee maanden zonder prikkeling weer aan het werk gezet te worden, als eenvoudige hersencel.

Ik bracht het er niet slecht vanaf, dacht ik. Ik zei best slimme dingen, dacht ik. Ik verschafte nieuwe inzichten, dacht ik. Tot we het boek en zijn laptop dichtklapten en M me geïnteresseerd aankeek.

"So.. What do you actually DO here? Are you a consultant?"

09 maart 2007

Presentatie met veel powerpoint

Hij zei: "Core-conform."
Ik dacht: "Oké. Dat ze dingen doen waar het bedrijf het als geheel mee eens is. Die vat ik."

Hij zei: "Interne maincontracting."
Ik dacht: "Huh? Zou dat misschien betekenen? O ja, wacht even. Dat betekent vast dat ze iemand hebben binnen het bedrijf die alle contracten samen aanbiedt. En er dan een leuk prijsje voor doet."

Hij zei: "Verbijzondering i.p.v. verzelfstandiging."
Ik dacht: "O ja. Die snap ik nog. Soort van."

Hij zei: "Integriteit."
Ik dacht: "Waarom ga je me dit begrip nu in 83 zinnen uitleggen? Had die moeite liever gestoken in het uitleggen van interne maincontracting. Daar snap ik namelijk nog steeds geen fuck van."

Hij zei: "Expertcentre."
Ik dacht "Mwah. Een plek waar mensen weten wat ze doen, dus. Vaak. Tenminste: dat hoop je dan maar."

Hij zei: "Een boost in FM consciousness."
Ik dacht: "O ja. Dat is dat ze ineens snappen dat het niet handig is om met twee groepen tegelijk dezelfde vergaderzaal te reserveren."

Hij zei: "Stakeholders."
Ik dacht: "Ah! Mensen die hopen beter te worden van dit project!"

Hij zei: "Een stukje betrokkenheid naar de werkvloer toe."
Ik dacht: "Eeeuggghh!! Zei je dit nou echt? Een stukje betrokkenheid?"

Hij zei: "Het iest-bewustzijn en daarna het zol-bewustzijn."
Ik dacht: "Huh?"
Hij herhaalde: "Het ist-bewustzijn en daarna het soll-bewustzijn."
Ik dacht: "Aaaah! Dat ze weten wat ze nu doen en wat ze in de toekomst willen doen. En waarom heeft hij het nu ineens over bewustzijn in plaats van consciousness?"

Hij zei: "Dan is er ineens een sense of urgency."
Ik dacht: "O. Dan moet je dus ineens snel dingen doen?"

Hij zei: "Waaaah. Wah. Wahwah. Waaahwahwah. Wah."
Ik dacht: "Het is wel genoeg zo, met die powerpoint en die powertermen. Flikker alsjeblieft op met je core-conform. Ga iemand anders vervelen."
Maar dat is vast heel naïef als high-powered kersverse consultante. Dan moet ik dit soort termen waarschijnlijk ook kennen. Om mensen urenlang te kunnen vervelen met een powerpointpresentatie waar ze a) geen reet van snappen en b) geen enkel raakvlak voelen.

Wat een kutbaan.

27 februari 2007

Muzikale Madelief

Hij had een kapsel als een madeliefje. Toen hij de deur opende - met artistieke muzieksleutel verwerkt in de grille voor het raampje - zei hij "Goh, jij hebt een net pak aan. Jij hebt vast een heel nette baan." Ik kon niet anders dan dat beamen.

Hij was muzikant en oogde als iemand die nooit zijn rijbewijs had kunnen halen omdat hij afgeleid raakt door de klanken in zijn hoofd. Hij was zeer sympathiek en meer dan een vleugje wereldvreemd. Terwijl ik knielde op zijn keukenvloer zette hij koffie en sneed een plakje droge oude chocoladecake.

Dat knielen op zijn keukenvloer had te maken met een decorstuk dat W had gemaakt voor zijn muziekgezelschap. Het decorstuk werkte niet, beweerde Madelief per e-mail. Gezien het feit dat ik het decorstuk - een Grieks zuiltje dat met afstandbediening om moest vallen - in levenden lijve had zien vallen èn weinig fiducie heb in het technisch inzicht van wereldvreemde musici èn globaal in dat stuk Nederland was, had ik toegezegd langs te komen om het een en ander te demonstreren.

Ik knielde op de keukenvloer, in mijn nette mantelpak, met mijn nette kousen. Telefonisch instrueerde W mij over welke knop wanneer en in welke volgorde en hoe precies te schudden met de zuil. De zuil wankelde maar viel niet. Madelief fladderde om me heen en oehde en aahde wegens het wankelen. Zo ver hadden zij het ding nog niet gekregen. Met W stelde ik telefonisch vast dat ze het ding zodanig gesloopt hadden door het random veel te hard op knopjes drukken, dat er spijkers aan te pas moesten komen. Madelief bezat geen spijkers. Dat had ik eerlijk gezegd al verwacht.

Nadat ik Madelief 83 keer had voorgedaan hoe het ding exact klikte, afstandbediende, resette en theoretisch om zou vallen (mits toevoeging van spijkers) vroeg hij wat ik precies deed, werkgewijs. Terwijl ik trachtte dit uit te leggen, zag ik zijn ogen dwalen en zoeken naar de klanken in zijn hoofd. "Dus je kan veel met computers," vatte hij samen. Ik beaamde. Uitleggen dat ik nergens iets van snap en mij door het consultantenleven heen bluf was teveel gevraagd. "Je snapt computers, je kan zuilen repareren. Wat kan je eigenlijk nièt?" stelde hij vol bewondering.

Eeeuh.. stofzuigen?

23 februari 2007

Training

Ik ben egocentrisch. Héél egocentrisch zei ik zelfs. Maar egocentrisch betekent ook een heleboel goeie dingen. Impulsief, namelijk. En impulsief: nouounou, God weet dat ik impulsief ben. En dat dat best goed is, want het resulteert in een heleboel paar nieuwe schoenen. Waar ik vervolgens weer heel egocentrisch blij mee kan zijn.
Zo lang ik niet met mijn nieuwe stiletto's op andermans tenen ga staan omdat ik daar nu eenmaal wìl staan. Zo lang ik dat niet doe, ben ik niet schadelijk egocentrisch. Misschien ga ik wel eens op mijn bek, omdat ik even niet stilsta bij anderen. Maar vervolgens léér ik daar wel weer van. Dat ik even iets minder egocentrisch moet ogen, bijvoorbeeld. Ik mag het wel zijn, maar niet ogen. Das belangrijk.

Kortom: training vandaag. Training 'zelfbewustwording'. W had het laatst over een winnend scrabblewoord. Ik denk dat zelfbewustwordingstraining ook een goeie gooi naar hoge ogen doet.

Waar ben ik mij bewust van geworden? Dat ik een heleboel denkpatronen heb, waarvan geen enkele negatief. Sterker nog; ik ben irritant positief en optimistisch. Doe mij een halfleeg glas en ik denk "Wow! Dat zijn nog heel veel slokken!" Doe mij een collega die genoegen neemt met minder dan veel slokken en ik sla hem met mijn stiletto op het hoofd en vertel dat hij gewoon moet zuipen, kreng! Op een ergerlijk enthousiast positieve manier.

Ik heb geleerd dat ik niet kan omgaan met poldermodellen maar liever als een soort grote dikke vette zoemende bromvlieg drieduizend keer tegen het raam aan knetter. Liever dat dan zeggen "Mwaaahh.. ik hoef niet zo nodig door dat raam. Ik neem ook best genoegen met een beetje tegen de gordijnen aan vrijen." Laat mij maar tegen dat raam aan knallen en keer op keer duizelig overeind krabbelen, met een goed gevoel over 'het concept'. Ook al is 'de uitvoering' niet altijd oké.

Zelfbewustwordingtraining. Ik ben mij bewust geworden van het feit dat ik overwegend niet nadenk. Dat ik overwegend doe wat op dat moment goed voelt. Voor mij. Vandaar het egocentrisme. Een kutwoord, maar het klopt wel. In deze context althans. Ik ben mij bewust geworden van het feit dat ik tegen ramen aan knetter, en dat best lekker vind. Als het raam ooit maar een keer open gaat. En ik niet verlamd raak door het mezelf met vliesvleugeltjes tegen dichte ramen aan ketsen.

En ik ben mij bewust geworden van het feit dat er mensen bestaan die denken 'Oeh! Een dicht raam! Laat ik daar eens nìet tegenaan knallen maar een beetje tegen de gordijnen aan vrijen.' En dat dat helemaal niet erg is. Niet erg maar iets meer 'zorgendenkerig' of 'consequentiedenkerig' of 'hogeëisendenkerig' dan ik normaal ben. En dat je met die mensen nog steeds een koud biertje kunt drinken en een goed gesprek voeren. Zo lang je maar niet met je stiletto's op hun tenen gaat staan.

Het was een training als elke training. Verwachtingen vooraf en bier toe. Het gaat er nu op aan komen wàt ik in de praktijk ga brengen. Ik vermoed dat ik doorga zoals ik deed: niet met hakken op tenen staan maar nog steeds tegen ruiten aan knallen. Dat is voor mij een format dat werkt.

Winnende formats.. Houzee! Kijk maar naar BN-ers op het ijs. Daar kan ook niemand genoeg van krijgen. Een winnend format is goud waard.

15 februari 2007

Klimaatverandering

"Het is echt superlekker weer vandaag!"
"Ja, moet je kijken. Alle bloempjes komen uit de grond."
"En dan vriest het over twee weken en gaan ze allemaal weer dood."
"Neeeee man! Het gaat helemaal niet meer vriezen! Hebben we daar met zijn allen niet genoeg spuitbussen voor leeggespoten?"
"Ik wel in ieder geval! Aan mij zal het niet liggen!"
"Volgens mij moet je nu een vakantiehuisje kopen in Bretagne ofzo. Over tien jaar zit je daar in de tropen en is Spanje een woestijn."
"Je kan gewoon een strandhuisje kopen in Almelo. Over tien jaar zit je daar aan het strand."
"Weet je wat iemand laatst tegen me zei?"
"?"
"Dat we Nederland moeten verkopen met zijn allen, aan een buitenlandse investeerder. En dan gaan wij ergens op een braakliggend stuk Polen wonen ofzo. En het mooie van die buitenlanders is natuurlijk dat ze helemaal NIETS weten van dijken en waterkeringen. Dus over tien jaar ligt heel Nederland onder water. En dan komen wij gewoon terug met Royal Haskoning en spuiten we heel Nederland weer op, net als in Dubai."
"Ja man! Nederland in de vorm van een palmboom!"
"En dan komen we terug uit Polen en wonen we gewoon weer in Nederland, maar zijn we allemaal stinkend rijk!"
"Ja, maar nu nog even niet, want ik heb net een huis gekocht in Rotterdam. Dus die dijken mogen nog wel even blijven."
"Dat is dus dom van je, hè."
"Maar misschien dat het water dan zo hoog stijgt dat ik precies mijn voordeur kan maken op de eerste verdieping. En dan met een bootje heen en weer."
"En dan heb je een binnenzwembad!"

Het houdt ons bezig. Daar in het rookhok.
Op een mooie klimaatveranderde winterdag.

31 januari 2007

Lunchje veroveren

Lunch is een hele happening, bij ons op kantoor. Wij hebben geen kantine, maar een heel winkelcentrum tot onze beschikking. In het winkelcentrum woedt een broodjesoorlog. De bakker, de slager, de groentenboer, de kaasboer. Allemaal hebben ze broodjes. Bovendien zijn er twee eetcafeetjes. Als de trek begint te knagen, gaat men door de kantoorgangen dwalen op zoek naar lunchvriendjes.
"Zitten of lopen?" is dan de hamvraag.

Bij mijn oude afdeling was ik het enige meisje. Een feit dat ik schaamteloos manipulatief inzette: "Lopen? Aaaaah... ik wil zo graag zitten? Wil dan helemaal NIEMAND een spekpannenkoek met mij eten? Ah toe?" En dan haalde men massaal bakzeil. Wij settelden ons bij het eetcafé en ik was gelukkig, met mijn lieve mannekes om me heen.

Maar nu: 30 meter verhuisd en uit het oog is daadwerkelijk uit het hart. Ik heb ineens geen vaste lunchvriendjes meer, maar moet aanhaken bij de nieuwe collega's. De nieuwe collega's willen nooit zitten. Ze sprokkelen te voet broodjes rookworst, sateetjes, broodjes mozzarella-tomaat en stukken ananas bij elkaar. Ik heb geen invloed meer. Ik suggereerde met lichte dwang "spekpannenkoek?" maar nee, geen sjoege. Desondanks sloot ik aan bij de groep. De groep die wachtte op de lift. De lift kwam niet. "We gaan lopen!" zei men. "Ik ga mee!" riep ik.

Drie verdiepingen lager was ik de groep kwijt. "Tempootje jongens!" probeerde ik. Duizelig van de trapkronkels en buiten adem. Ik hoorde hun stemmen wegsterven in het trappenhuis. Ze grapten en lachten, en ik trachtte mijn pas te versnellen. Onherroepelijk kwijt, was ik ze. Beneden aangekomen had ik geen lunchvriendjes meer. Foetsie, verdwenen. Ik rende het winkelcentrum in en zag ze verderop, zes breed. Ze lachten, ze grapten. Ik versnelde mijn pas. Liep op ze in.

Toen ik aanhaakte zei collega W: "Wat mot je?"

Ik ben mijn lunchpositie kwijt. Het zal nog maanden duren voor ik ze met zachte dwang richting een spekpannenkoek kan manipuleren, vrees ik.

29 januari 2007

Hoogeveen

Ik breng wel eens hele zondagen in mijn badjas door. Ik hou namelijk erg van mijn badjas. Mijn badjas is dik en donzig en komt bijna tot op de grond. Zoals vriendin E - de psychotherapeut - zou zeggen: "Mijn god! Ik ga in regressie in je badjas!" Dit vanwege het baarmoedergevoel. Een blauw baarmoedergevoel want blauwe badjas, maar een kniesoor die daarop let.

Gisteren moest ik mij helaas op een gegeven moment aankleden, wegens slechte planning mijnerzijds. Spullen ophalen op kantoor. Vandaag, maandag, zou ik namelijk mijn eerste solovlucht maken. Waar ik eerder slechts de koffiedame was, mocht ik nu de baas spelen.

Normaal gesproken ben ik niet zo van de voorbereiding. Vroeger belde ik altijd 's ochtends om te vragen waar ik naartoe moest, waarom precies dáárheen en wie mijn contactpersoon was. Maar nu: andere baan, goede voornemens. En ook wel een klein beetje gierende zenuwen door de keel. Ik stond dus gisteren driftig te oefenen. Hield - inmiddels weer in badjas gehuld - staand aan de eettafel mijn inleidende verhaaltje, powerpointte hardop door mijn presentatie en hing mijn nieuwe zwarte pak op een veilige kat- en haarvrije plek. Extra vroeg ging ik naar bed. Om tien uur lichtjes uit en slapen. De wekker stond om half zeven, want ik moest naar Hoogeveen.

Om te zeggen dat ik fluitend in de auto stapte, vanmorgen om zeven uur, zou een milde overdrijving zijn. Maar wakker was ik wel. Punt 1 omdat de katsies storm in de kop hadden vanmorgen en punt 2 omdat zenuwen wonderen doen voor je adrenalinegehalte. Ook Poolse busjes vol bouwvakkers die zichzelf in de linkerflank van je twingo willen boren, komen je wakkerheid ten goede. In de file sloeg ik nog even de Grote Map open. De Grote Map die ik sinds kort heb om aantekeningen in te maken. Ook weer een goed voornemen, die map. Met mijn rechterwijsvinger glijdend langs diagrammetjes en één oog op de auto's voor me prevelde ik stilletjes mijn verhaal nog eens voor me uit.

Hoogeveen, tien uur 's ochtends. Ik hees mij in mijn jasje, haalde vlug een hand door mijn haar en checkte voor eventuele maanzaadjes tussen de tanden. Ademde diep en rechtte de rug. Met de laptop over mijn schouder en een stapel opleidingsboekjes tegen het bonkende hart gedrukt, besteeg ik de trap naar de hoofdingang.

"Dag. Ik ben Annemarie. Ik kom training geven vandaag."
"Ja. Eeeuhm. Wij kunnen blijkbaar niet zo goed organiseren hier. Ik heb slecht nieuws."
"O?"
"Ja. Eeeuhm. Niemand wist eigenlijk dat we training hadden. Dus iedereen is vrij, of ziek, of ingeroosterd. Ik ben eigenlijk de enige, zeg maar."
"O."
"Ja. Eeeuhm. Ik denk dat we maar een nieuwe afspraak moeten maken dan. Wilt u misschien een kop koffie voor u weer gaat?"

Hoogeveen. Dus. Een doorslaand succes.

17 januari 2007

Kroket

Sinds gisteren heb ik een nieuw visitekaartje. Onder mijn naam staat nu 'adviseur'. Hoewel ik de afgelopen weken erg veel grapjes maakte over het feit dat mijn functietitel nu langer zou worden dan mijn naam, haha, belachelijk hè, was ik stiekem zeer teleurgesteld dat er niet het beloofde 'service management consultant' stond. Te pronken. Onder mijn naam. Wat zegt dat over mij? Dat ik een beetje een zielige statusjager ben. Waarschijnlijk een logisch gevolg van het feit dat ik nooit een opleiding heb afgerond. Maar laten we mijn zieligheid mijn zieligheid laten. Ik huil mezelf vanavond wel zachtjes in slaap; daar hoeven we verder geen woorden aan vuil te maken.

Vandaag gaf ik mijn eerste training. Nou ja, ik assisteerde bij mijn eerste training. Soms sprong ik even bij, en hield mezelf voor de gek dat we er een mooie duoshow van maakten. Maar eigenlijk was ik natuurlijk gewoon de koffiedame.

Bij een training hoort een lunch. De docent - collega G - en ik namen de vier cursisten mee naar ons standaard lunchtentje. En dan. Ja dan. Dan moet er gepraat worden. In ieder geval tot het eten komt. Cursist één deed zijn uiterste best; vroeg ons het hemd van het lijf met betrekking tot groei, omzet, FTE, producten van ons bedrijf. Ik zag cursist twee tot en met vier afhaken. Vlechtjes maken in de franje van het tafelkleed. Het is het soort lunchtentje met perzische tapijtjes op tafel, even voor de beeldvorming.

Ik dacht 'volgens mij moeten we niet meer over groei, omzet, FTE en producten praten. Volgens mij moeten we een ander onderwerp.' Voorzichtig begon ik over de kwaliteit van de kroketten. Men beaamde dat de kroketten best lekker waren, en warm. Ik deed een proefballonnetje met betrekking tot de gehaktballetjes van de Ikea. Die kenden ze niet. Wel opperde iemand dat Happy Meals eigenlijk veel te duur zijn. En dat die McKroket niet te vreten is. En de McDrive dan, altijd file. Maar imago hè, de Mac. Net als Harrods. Stelt ook niks voor maar imago. En de Bijenkorf versus de Hema dan?

Collega G en ik leunden opgelucht achterover in onze stoel. Het Gesprek was ontstaan. Tot cursist vier zei dat ze bij een psychiatrische inrichting werkte. Dat vond iedereen een beetje eng. Er werd verwoed gevlochten aan het tafelkleed. Men nuttigde de huzarensalade in stilte.

"Maar. Die kroketten dus," zei collega G.
Opgelucht stortten vier cursisten en een koffiedame zich weer in het gesprek.

15 januari 2007

Eerste werkdag

De eerste werkdag van mijn nieuwe baan. Hetzelfde kantoor. Dezelfde opperbaas. Andere onderbaas. Ander werk. Ineens kreeg ik de neiging vreselijk op tijd te zijn. Dat lukte ook, soort van; na drie keer snoozen en één keer bellen dat ik in de file stond en later kwam.
"Acht uur??!!!" zei W, toen hij de wekker voor me zette. "Acht uur??!! Wat doe je hier eigenlijk?!"

Na drie keer snoozen hees ik mij niet geheel lentefris uit bed. W draaide zich in al zijn zelfstandig ondernemerschap nog eens om en nam de diagonale zeesterpositie aan.
"Schatje. Je moet schrijver worden," zei hij, van diep onder de dekens.

In alle vroegte en alle kou trok ik de deur achter me dicht.
Ik gaf hem geen ongelijk.

12 januari 2007

Feestje

"And when you're out there. Without care. Yeah I was out of touhouhouch. And it wasn't because I didn't know enouhouhough. I just knew too muhuch."

Wij raceten de dansvloer op. Dit nummer kan je niet laten gaan. Wij waren met zijn vieren. Circa 200 man stond toe te kijken. Wij wiegden de heupen, schudden de billen, zwierden de armen en zwiepten het haar. Het publiek kon ons helemaal niets schelen. Wij waren heel even een met de muziek. Het hielp dat Emma - die ik één keer per jaar, op dit feestje, zie - en ik synchroon wiegden met de heupen. Onze ledematen waren één grote kluwen sex. Wij keken elkaar diep in de ogen en schreeuwden "Does that make me crazy?!" met veel theatrale armgebaren.

Gaandeweg voegden zich meer mensen bij ons. We werkten aanstekelijk, met ons gezwiep en gezwaai. Wij hadden oogcontact, imiteerden elkaars voetenwerk en glimlachten breed. We waren een gevaar op de dansvloer en gingen volledig in elkaar op.

Tot een voor een de harde kern afhaakte. Er wiegden mensen die me minder deden. Ze wiegden nèt niet goed, om over dat zwiepen maar te zwijgen. Oogcontact was er niet meer. Ik bewoog me gaandeweg quasi-nonchalant naar de bar. Gewapend met een glas wijn slenterde ik naar buiten, waar de rokers als bannelingen stonden te kleumen om de terrasverwarmer. Mijn lievelingsroker was inmiddels vergezeld van vriendin. Leuk meisje. Maar flirten bij de asbak was er niet meer bij.

Ik speurde de dansvloer af. Geen theatraal gekrijs en geposeer. De heupen waren in het gareel. Mijn mensen schitterden door afwezigheid. Ik vond ze aan de statafels, met een biertje in de hand. We trachtten te praten maar "Dans maar, dit is nu die lekkere dansplaat, sjans maar" zat ons in de weg. Mijn enkel begon te zeuren. Zei "Hallo! Ik ben je enkel. Ik ben er weer! Ik vind het helemaal niet leuk dat je net Shakira nadeed. En dat ik verdomme mee moest doen!"

Niemand meer om mee te flirten, hoe onschuldig ook. Niemand die heup wilde wiegen met mij. Niemand die mee wilde krijsen met de muziek. Niemand met wie je een gezonde spanning kan opbouwen op de dansvloer. Met mij was ook geen land meer te bezeilen. Ik was het zat. Met mij was niets meer te beginnen.

Ik koos het hazenpad. Stiekem pakte ik mijn tas. Ik miechelde richting de uitgang en trok mijn jas van het haakje. Quasi-nonchalant wachtte ik tot de schuifdeur open ging. Hopend dat er niemand naar me toe zou komen en zou vragen "Waar ga je heen? Ga je NU al naar huis?"

11 januari 2007

Bij de helpdesk

"Kunt u misschien uw logbestand even uploaden, dan kunnen we onderzoeken waar de foutmelding door komt."
"Ja, in de root van de Applicatieservermap ja."
"Gewoon even zippen."
"Als u nou een export draait en dan een macrootje loslaat op Excel. Werkt dat?"
"Kan 'ie nog wel connectie maken?"
"We zullen kijken of het reproduceren is."
"Heeft u al geprobeerd de service te stoppen en handmatig op te starten?"

Heel even was ik helpdesk. Het ging me best prima af, vond ik. Vragen om logbestandjes kan ik erg knap. Ook babbel ik een aardig woordje serverconnectie en database-upload.

Tussendoor kreeg ik een mailtje van Ilse:
"Hoe is het op de helpdesk? Ik heb net een nieuwe laptop gekocht. Whoei!"
"Wat voor een?"
"Het is een HP Compaq Breedbeeld hutsefluts met 1.024 geheugen.... De V6109"
"Verder dan hutsefluts kom ik niet. Ik bedoel eigenlijk meer wat voor kleur 'ie heeft."
"Hij is heeeeel donkergrijs en het formaat van ca. 14 (breedte) bij 3 (over de lengte) lippenstiften."

02 januari 2007

In de IT: ik

Omdat ik in de IT werk, denken mensen dat ik alles van computers weet. Ik krijg continu technische vragen om de oren van onwetende vrienden en familieleden. Vragen met veel afkortingen erin. Veel RAM's, MB's, XML's, URL's en LDAP's.

Collega M vertelde zojuist dat hij zijn vriendin voor kerst een videokaart had gegeven. Ik dacht: 'Goh, leuk. Een pasje voor de videotheek.'

Kortom, vrienden en familieleden: ik weet helemaal NIKS!
Kunnen we daar even notitie van maken?

20 december 2006

Laatste keer werkvliegen

Eén klein blond meisje tegenover tien grijze wijze mannen. Grijze wijze Duitse mannen, ook nog eens. Mijn ervaringen met presentaties geven aan grijze wijze Duitse mannen zijn niet onverdeeld succesvol. Bovendien waren de Duitsers murwgebeukt door twee eerdere presentaties van mijn concurrenten die dag. En was ik niet op de toppen van mijn kunnen wegens een ellendige ochtend waar veel teveel vliegtuig in voorkwam.

's Ochtends op Schiphol keek ik geroutineerd op de schermen: welke balie moet ik hebben. De ticketbalie, blijkbaar. 'Flight cancelled'. De baliedame was vriendelijk en behulpzaam en legde mij uit dat nou eenmaal he-le-maal niemand naar Stuttgart wil vliegen, dus dat ze die vlucht gewoon lekker geannuleerd hadden. Dat IK wel naar Stuttgart wilde vliegen, woog duidelijk niet zwaar genoeg mee. Via Parijs naar Stuttgart dus. Van half negen tot half drie ben ik op vliegvelden en in vliegtuigen geweest. Ik kon geen stewardess en geen klef ingeplastict broodje kaas meer zien.

Eén klein vliegtuigmoe blond meisje tegenover tien grijze wijze Duitse mannen, met een webcam op haar kop en een microfoon voor haar neus omdat aan de andere kant van de oceaan ook nog mensen wilden luisteren naar de parels van wijsheid die van mijn lippen zouden vallen. Moe en geïntimideerd, dat was ik.

Misschien was het het vliegtuigthema van die dag, maar ik schakelde moeiteloos naar automatische piloot. Glimlachte, grapte, liet af en toe een kleine parel van de lippen vallen. Dacht bij mezelf 'Pfffff, volgens mij overleef ik'. Dacht later 'Heeee, wacht.. volgens mij gaat dit eigenlijk best goed'. Eindigde met blosjes op de wangen en een triomfantelijk gevoel van 'Dammit, volgens mij heb ik ze mee.'

Bij het afscheid nemen informeerde ik voorzichtig naar de concurrenten.
"Jaaaa, haha. Die eerste club kwam met vijf man. De tweede met drie."
"En nu heb je één klein blond meisje tegenover je!"
"Dat zegt wel wat over de kwaliteit van het product, dat ze vijf man nodig hebben om het te verkopen," zei de grootste dikste Duitser lachend.

Ik leunde met mijn voorhoofd tegen het vliegtuigraampje en keek naar de lichtjes van Arnhem. Tenminste, volgens de piloot was het Arnhem. Ik geloofde hem graag. Arnhem betekende bijna thuis. Bijna thuis van mijn aller- allerlaatste keer werkbuitenland.

Mijn zucht van verlichting bewasemde het raam.

07 december 2006

Boekenfetish

Een paar jaar terug was ik voor mijn werk vaak in Londen. Dat klinkt misschien heel Groot en Belangrijk, maar was dat in het geheel niet. Ik sjokte met loodzware laptop over mijn schouder door vervallen straten in buitenwijken op zoek naar het adres van de klant. Op dat adres trof ik meestal 'The Office' aan, waar ik vervolgens in een rommelig serverhok een paar pukkelige systeembeheerders trachtte te overtuigen dat ze toch echt onze software moesten kopen.

Elke twee weken stond ik om 4 uur op, reed ik naar Schiphol met mijn laptop en zweeg ik boven een kopje koffie in de airport lounge bar. Zweeg ik met mijn ogen half gesloten. Zweeg ik omdat ik niet in staat was op dat goddeloze tijdstip een woord uit te brengen.

Elke twee weken sjokte ik een dag lang door Londen, van pukkelige systeembeheerder naar pukkelige systeembeheerder, op zoek naar een Pret a Manger. De Chicken & Avocado sandwiches vormden het hoogtepunt van mijn dag.

Héél soms waren mijn klanten in hartje centrum. In dat geval sprong ik veerkrachtig om 4 uur mijn bed uit. Ik poetste enthousiast mijn tanden en floot in de auto onderweg naar Schiphol. Ik maakte grapjes met de douanemeneer en legde lachend mijn lege weekendtas op de lopende band. In hartje centrum zit namelijk de mooiste grootste vetste coolste boekhandel die ik ken: Waterstones op Piccadilly Circus.

Vier verdiepingen puur genot. De halve winkel leek altijd in three-for-two aanbieding. Ik dacht dus niet meer in termen van 'boeken kopen' maar in termen van 'drietallen boeken kopen'. Vandaar mijn lege weekendtas. Watertandend struinde ik de kasten af. In de Underground pakte ik mijn plastic tasjes uit, pulkte de stickers van de boeken (dat is een vast 'ik heb nieuwe boeken gekocht' voorpret-ritueel) en vulde de weekendtas.

Nu niet alleen met een zware laptop, maar ook met een afgetopte tas zat ik in de Heathrow airport lounge bar met een kop koffie. En zweeg gelukszalig.

Toen ik niet meer naar Londen hoefde wegens ernstige avondopleidingverplichtingen, mist ik vrijwel niets aan aan mijn businesstripjes. Niet de Pret a Manger, niet mijn kleine clandestiene uitstapjes naar de Tate Modern, niet de pukkelige systeembeheerders. Maar Waterstones! Ik miste Waterstones diep en intens. Geen boekenplank 'nog te lezen' meer, niet meer op je wijsvinger sabbelend voor die plank staan en bedenken welk boek je nu gaat openslaan. Alle boeken waren op een gegeven moment op, klaar, uit, af.

Tot ik bol.com ontdekte. Bol.com heeft namelijk ALLES. Ik ben fervent fan van bol.com. W niet. W knapt af op mensen die fan zijn van bol.com. W zei: "En Donner dan?"

Ik geef toe: Donner is fijn. Ik heb afgelopen weekend hernieuwd kennis gemaakt met Donner, en Donner is fijn. Maar bol.com is fijner.

En Waterstones? Waterstones is een ticket naar Londen waard. Binnenkort stap ik in een Easy Jet met een lege weekendtas, ik zweer het je. Donner opende mij de ogen en deed me hunkeren. Hunkeren naar bevrediging van mijn boekenfetish.

06 december 2006

Welkom

Volgens mij is een receptie een plek waar een glimlachende receptioniste zit, die welwillend je gastheer of -vrouw belt om te vertellen dat het bezoek is gearriveerd. Vervolgens biedt ze je een kopje koffie aan en zegt ze "Koud hè, vandaag. Viel het mee met de files?"

Ik kom in mijn dagelijkse werkende leven aardig wat recepties tegen en dit is een empirisch bewezen ding: receptionistes doen je Welkom voelen.

Vandaag ging het nèt even anders. Ik had me een weg door het ziekenhuis gestap-tikt, omdat ik chronisch slecht ben in ziekenhuis-parkeerbordjes interpreteren en vaak bij de ambulance-ingang eindig. Ik stap-tikte dus het hele ziekenhuis door op zoek naar de centrale receptie. Alle trauma's van mijn eerdere ziekenhuisbezoek kwamen bovendrijven. Ik was wel toe aan een warme verwelkomende glimlach.

De receptionistes hadden een Onderonsje. De een stond met haar jas aan te vertellen over het tuinhuisje van haar zwager, de ander had haar handen om een mok koffie geslagen en knikte elke twee seconden instemmend.
Ik schraapte mij de keel. Ik tikte mij de nagels op de balie. Ik kuchte.
Ze keken verstoord op.
"Wat is er?"
"Ik heb een afspraak met de heer Bakker."
"Blokker?"
"Nee, Bakker. Van ICT."
"ICT?"
"ICT ja."
"Die zitten daarachter. Moet je even de deur uit en dan oversteken en dan rechts links rechts rechts en dan voor de gele klapdeuren de trap op en links links rechts bij de koffieautomaat en dan nog eens vragen."
"Zou u hem misschien even kunnen bellen? Hij had gezegd dat hij me bij de centrale receptie op zou komen halen."
"Bellen?"
"Ja, bellen ja."
Ze keken elkaar aan en rolden met de ogen.
"Doe jij het even? Ik heb mijn jas al aan."
...
"Marcel, er staat hier iets voor je aan de balie."

Iets? Iets? IETS? Er staat hier IETS voor je aan de balie?

Ik heb me zelden zo Welkom gevoeld.

05 december 2006

De auto van E

Collega E kocht laatst een auto van collega M. Een grote degelijke donkerblauwe gezinsauto waar een setje plakboerderijbeesten niet zou misstaan op de achterruit, met de bijbehorende maxi-cosi stevig ingesnoerd op de achterbank.

Even terzijde: plakboerderijbeesten zijn niet alleen vele malen toffer dan een dvd-scherm in de hoofdsteun, ze zijn volgens mij didactisch ook vele malen meer verantwoord. Waar moet dat heen met die jeugd van tegenwoordig! Wij, vroeger. Wij speelden nog landje veroveren en tikkertje. En elastiekten tot we erbij neervielen. En bouwden boomhutten. En hadden plakboerderijbeesten.

In ieder geval: E kocht een auto van M. Nooit doen. Distributieriemen knapten, koppakkingen lekten, versnellingsbakken knarsten, airco's sloegen op hol, uitlaten maakten vervaarlijk lawaai en plankgas haalde de grote degelijke gezinsauto maximaal 120. Het is een tranendal, met de auto van E. En M, sja.. die is inmiddels overgelopen naar de concurrent en dus geen collega meer. Weg uit ons leven, een stukke auto achterlatend.

De auto staat nu te wachten bij de garage. Hij is weer genezen, maar staat te wachten tot E genoeg geld bij elkaar heeft gespaard om de reparaties te betalen. Het zal nog een jaartje of twintig duren voor het zo ver is, vrees ik.

De moraal van dit verhaal: koop nooit een auto van een collega; zeker niet van collega M. En boerderijbeesten zijn tof.