Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen

01 augustus 2007

Us mem

Us Heit
dy't yn de himelen is
Jinnes namme wurde hillige
Jinnes keninkryk komme
Jinnes wollen barre allyk yn 'e himel
sa ek op ierde
Jou ús hjoed ús deistich brea
En ferjou ús ús skulden
allyk ek wy ferjouwe ús skuldners
En lied ús net yn fersiking
mar ferlos ús fan 'e kweade
Want Jowes is it keninkryk en de krêft
en de hearlikheid oant yn ivichheid.
Amen.


Zo afstandelijk als mijn opa vroeger met rollende stem bij het middagmaal "Het koninkrrijk, de krracht en de heerrlijkheid. Amen," bad, zo teder en verstild prevelde de gemeente vandaag het Onze Vader voor zich uit. Op het grasveld van de begraafplaats bij de dorpskerk. De zon scheen, de klokken beierden. Het verdriet van mijn moeder en haar broer en zussen was geëtst op hun gezicht. Maar ook de opluchting was tastbaar. Us mem hoeft niet meer. Van haar bed naar de stoel naar het toilet terug naar de stoel.

Mijn oma. Twaalf mooie vrolijke en volle jaren later begraven naast opa. Zoals mijn tante zei: "Mam had het een mooie dienst gevonden." En dat was het.

10 juni 2007

AMC

Haar hoofdje was ziekenhuisbleek tegen het kussen. Haar buik in het felroze shirt enorm. Na vierhonderd kilometer ambulancerit en een dikke week Duits ziekenhuisbed is ze nu weer binnen handbereik. Mijn dappere nichtje. Wrijvend over haar buik fulmineerde ze tegen het AMC. De artsen komen aan haar bed en bekijken haar als een medisch stuntproject. Studenten staan ernaast en maken aantekeningen. Als de arts om zich heen kijkt en zegt "Zijn er nog vragen?" heeft hij het niet tegen mijn nichtje.

Elke dag een andere arts, die haar dossier niet heeft doorgenomen. Stagiaires die haar naar huis willen sturen als het goed blijft gaan. Maar mijn nichtje gaat nergens heen. Mijn nichtje is nu op de Goede Plek, en gaat daar niet weg tot het ook Goed is. Ondanks de moordende verveling van de hele dag op bed liggen. Ondanks het feit dat ze de komende weken een LAT-relatie heeft met haar vriend. Ondanks het feit dat ze elke avond smacht naar ècht eten.

"En vanmorgen was er dus een arts, die heel even aan mijn bed was. Hij was al bij de deur toen ik nog een vraag had. En weet je wat die man zei? 'Wéér zo'n deurklinkvraag!' Dus ik zei tegen hem 'Als u zoveel deurklinkvragen krijgt, is het misschien een teken dat u te snel wegloopt!' Dat geloof je toch niet?"

Mijn nichtje, met haar bleke ziekenhuisgezichtje en haar vechtlust.
Ik ben trots, en een beetje bang. Maar ze is op de Goede Plek.
Dus het komt Goed.
Dat kàn gewoon niet anders.

15 april 2007

Autoslaaptrein

De ochtend kriekte, en wij ratelden met de autoslaaptrein naar Zuid-Frankrijk. Het licht was dat mooie grijsroze dat je hebt als de zon aarzelend de eerste stralen over de horizon werpt. Ik was een jaar of tien en vond alles spannend. Met papa en mama op de trein. Papa manoeuvreerde de auto behendig op de autowagon terwijl mama en ik amechtig op een bankje zaten te hijgen van de hitte. Naast ons werd een jongen gestoken door een wesp. Zijn moeder besprong hem fluks en zoog het gif uit de wond in zijn nek. Een zonnig vampiresk tafereel dat ik met verbazing aanschouwde.

De trein wiegde en schudde en ratelde ons naar onze bestemming. Met mijn vingertoppen tegen aan de ene kant het raam en aan de andere kant de slaapcompartimentdeuren zwalkte ik door de smalle gang. Zeebenen. Ik vond alles spannend en ongeacht mijn kinderlijk diepe slaap was ik nog voor het ochtendgloren wakker. Ik klom uit mijn stapelbed en kleedde me haasthaastig aan om maar niets te missen. In de gang drukte ik me plat om plaats te maken voor de meneer die het ontbijt bracht. Met mijn neus tegen het raam ratelde de trein door een klein Frans stadje. Het grijsroze licht streek over de achtergevels van huizen langs het spoor. Huizen die vervelden van de zon. Huizen die een beetje scheef waren, een beetje mank. Met overwoekerde tuinen. Het was een uur of zes, denk ik.

De trein minderde vaart. Het stadje sliep nog, en de trein wilde haar niet doen ontwaken. Ik zag een heel dikke Franse meneer de deuren van zijn slaapkamer open zwaaien en zijn balkon betreden. Volgens mij had hij een witte kamerjas aan en zàg ik hem diep ademhalen. De ochtendlucht insnuiven. Zijn armen spreiden. Maar het kan ook zijn dat mijn geheugen er iets mooiers van maakt dan het was.

Dat was de allereerste keer dat ik me realiseerde dat ik niet het centrum van het universum ben. Dat die meneer één seconde op mijn netvlies was en dat ik, met al mijn neus-tegen-de-ruit-gedruktheid niet eens zichtbaar was, voor hem. Dat ik slechts een trein was die langsratelde, 's ochtends vroeg. Dat deze dikke Franse man een heel leven had buiten mij, buiten deze trein. Dat hij misschien wel banketbakker was. Of ongelukkig in de liefde. Of een hond had die César heette.

Zojuist ben ik begonnen aan een nieuw boek: Making It Up, van Penelope Lively. Daarin The distorting feature of anyone's perception of their own life is that you are the central figure. Me; my life. But nobody else sees it thus. For others, you are peripheral. You may indeed be of significance to them - of great significance, perhaps - but equally you may make barely an impression; either way, you are not the seeing eye. You are an adjunct, a bit player.

22 februari 2007

Feestje

"Wij wilden ook altijd een feestje voor jou organiseren," zei mijn moeder. "Maar zo'n verjaardagsfeestje was de zwaarste dag van het jaar. Altijd vielen kinderen weer van de bank, of ze stootten iets, of ze zaten aan elkaars weedikveel. Ik werd daar helemaal nerveus van."

Mijn moeder is geen natuurlijk kindermens. Koeren boven kinderwagens heeft ze nooit gedaan. Mij vond ze best leuk - en dat wàs ik natuurlijk ook - maar andermans kinderen.. Pfoei! Ik heb het geërfd, die kinderweerzin. Hoewel mijn lieve vrienden inmiddels behept zijn met kroost en ik steeds positiever ging denken over het fenomeen 'kind', had ik gisteren een kleine terugslag. Een behoorlijke terugslag. Een enorme in-mijn-gezicht-terugpets.

"En? Hoe vind je dat nou? Met al die jonge moeders?" vroeg mijn tante gisteren. Mijn antwoord was dat ik nog geen aanvechtingen heb. Waarschijnlijk weet ze niet hoezeer die opmerking vanuit mijn tenen kwam.

Om boze reacties te voorkomen: die kinderen zijn stuk voor stuk best leuk. Maar hoe is het toch mogelijk dat vijf kinderen met zijn allen het lawaai maken van een kudde amok makende olifanten? Dat ze een feesttoeter niet één keer betoeteren, maar tot je hersenen als pulp uit je oren komen sijpelen? Dat ze niet te temmen, in te tomen of af te remmen zijn? "Die kinderen hitsen elkaar allemaal op tot ze compleet overstuur zijn van zichzelf en elkaar. Ze raken volledig over hun toeren," zei mijn moeder. Ja. Dat is zo. Ik kan het beamen. En moeders? Moeders hebben maar een half oor en een half oog voor het gesprek met jou, omdat ze met anderhalf oog en oor in de gaten moeten houden of kindlief zich geen gat in het hoofd struikelt, geen glazen omgooit en niet met zijn of haar gezicht in de verjaardagstaart valt.

En ik was ook jarig. Ik wilde ook aandacht. Wat dat betreft ben ik net een kind van drie, maar dan zonder feesttoeter. En mijn moeder was er niet, om te zeggen dat ik een jas aan moet als ik naar buiten ga en niet met mijn gezicht in de taart moet vallen. Dat doet ze namelijk nog steeds. Hoewel ik daar heel hard om moet lachen, voelt het wel soort van geborgen en prettig. Ook als vrouw van dertig.

Kinderen.. Best leuk, maar niet collectief, en niet op mijn verjaardag. Wanneer ik van de daken wil toeteren dat ik aandacht wil, want ik ben JARIG!
Ook al is dat misschien een beetje gek, voor een vrouw van dertig.

30 januari 2007

Testament

Trots liet mijn vader zijn nieuwe hardloopschoenen zien. Grote zilver-oranje gevaartes met maagdelijk witte veters. Hij zette ze op de eettafel en zei:
"Ik kan er 1500 kilometer op lopen, ongeveer, zei hij," en "Ja, nu ga ik maar hardlopen in Gstaad, nu alles zo groen als gras is. We hebben een groene skivakantie voor de boeg, denk ik," en "Ik baal ontzettend dat ik niet meer kan roeien nu, met die peesontsteking."

Mijn ouders hebben een fenomenaal leuk huwelijk. Pa roeit drie keer in de week en is pas afgestudeerd. Mama vertelde over de expositie waar ze vandaag was geweest en het boek dat ze laatst heeft gelezen. Ze komen elke dag samen aan de eettafel en wisselen dan verhalen uit over hun dag. Hun dag besteden ze namelijk zelden samen. Niks te geraniums, voor mijn ouders.

Toen: "Je moet er even over nadenken of jij executeur testamentair wilt zijn, of dat we daar iemand anders voor aanwijzen. En wie je dan wilt dat we aanwijzen."
Mijn ouders herzien namelijk hun testament, en wilden mij over een aantal dingen raadplegen. Vandaar dat ik vandaag aanschoof aan de eettafel.

"Vind je dat we oud worden?" vroeg mama, toen pa even de kamer uit was. Ik moest heel diep nadenken. Oud zijn ze niet. Wel ouder dan vroeger. Met af en toe kleine en soms grotere gebreken. Alleen dat testament, dat maakt het ineens wel een beetje eng en dichtbij.
"Stel nou dat we in een vliegtuig zitten naar Mozambique en neerstorten. Zou zomaar kunnen. Hoe zullen we het dus doen met dat testament?"

Ik zeg: Lieve ouders. Maak alsjeblieft al het geld op. Aan vakanties, musea, nieuwe studies en hardloopschoenen. Want zo lang die hardloopschoenen nog op tafel staan, zijn jullie lang niet oud. En hoef ik me geen zorgen te maken.
Alleen vliegen naar Mozambique, misschien kunnen jullie dat maar beter laten.

24 januari 2007

Weer thuis

Ik ga op vakantie en ik neem mee:
- vijf boeken; ik ga per slot van rekening vijf dagen weg
- mijn laptop; aan de Moezel is het vast goed schrijven aan mijn boek
- mijn nichtje Ilse; broodnodig voor wijntjes en conversatie
- mijn mini-nichtje Femke; om in haar wangen te knijpen en stiekem 'tante annemárie is lief' te leren zeggen

Ik ga naar huis en ik neem mee:
- twee kilo minder; vanwege anderhalf etmaal pendelen tussen toilet-wegens-overgeven en bed. Doodziek was ik. En heel zielig.
- twee dozen lokale prijswinnende wijn. Om uit te delen maar vooral lekker voor mezelf. Als ik daar niet kan drinken doe ik het thuis wel. Ha!
- een hernieuwde liefde voor yahtzee
- een onaangeroerde laptop wegens onaangeroerd boek
- en vooral: de welhaast onbedwingbare neiging om mijzelf tante annemárie te noemen. Tante annemárie heeft zoveel neuzen geveegd, wangen geknepen, Femke's opgetild en speeltjes aangegeven dat tante annemárie nu de katten aanspreekt met "Zal tante annemárie even eten voor jullie maken? O nee, kut! Zal baasje even eten voor jullie maken?"

Tante annemárie is weer thuis. Het huis staat er nog. De katten leven nog. Tante annemárie is alleen nog even in identiteitscrisis.
Langzaam voel ik mezelf tante-af en weer gewoon annemárie worden. Of baasje.

21 januari 2007

Vakantie

Wat is dat toch met ontbijtbuffetten? Buffetten in het algemeen? Als ik vreselijk veel eten voor me uitgestald zie sla ik op tilt. Ik verlies elk gevoel voor realiteit. Mijn bord raakt als vanzelf overladen met ei, spek, croissantjes, plakken brie. Ik neem wel drie bakken cornflakes en hmm.. die halve perziken zien er ook goed uit. Ik vergeet alle tafelmanieren en mijn tafel ziet eruit als een slagveld. Kruimels, klontjes ei, druppels honing. Driekwart van wat er op mijn bord ligt, blijft daar liggen. Beknabbeld en beduimeld. Mijn ogen zijn altijd groter dan mijn maag, als het om een buffet gaat.

Ilse en ik zijn op vakantie. Mini-vakantie. Ons oorspronkelijke plan was om een week met onze kont in de zon te gaan liggen, maar ons beider creditcard was uitgeput. Nu zijn wij in het pittoreske Nittel, aan de Moezel. Vele wijnhuizen en uitzicht op de rivier als je met ware doodsverachting en je linkerteen om het kozijn geslagen uit het raam hangt.

Hoe komen wij in Nittel? In godsnaam? Ilse heeft hier al vele dagen doorgebracht: trappen schurend, muren brekend, kelders schilderend. Gisteren liet Marco - eigenaar van het hotel en een vriend van Ilse - het fotoboek zien van de verbouwing. Mijn anders zo hooggehakte nichtje wierp met bouwhelm op de kop matrassen uit ramen, hanteerde daadkrachtig de sloopbeitel en lachte van achter haar stofmasker.

Wij zijn op vakantie. Af en toe springen we bij in de bediening. We drinken vele flessen goeie Riesling en soms een glaasje Sekt. We dobbelen, lezen en praten tot we erbij neervallen. We smeden plannen voor een dagje Trier, een wijnproeverijtje of gewoon een dagje niksdoen in de sauna. Ilse wijst op muren en plafonds die zij eigenhandig geplaatst heeft. Marco en Esther schuiven aan als ze tijd hebben en onthullen hun verdere plannen met het hotel.

We zijn op vakantie.. en ik voel me thuis.

11 januari 2007

Bij de helpdesk

"Kunt u misschien uw logbestand even uploaden, dan kunnen we onderzoeken waar de foutmelding door komt."
"Ja, in de root van de Applicatieservermap ja."
"Gewoon even zippen."
"Als u nou een export draait en dan een macrootje loslaat op Excel. Werkt dat?"
"Kan 'ie nog wel connectie maken?"
"We zullen kijken of het reproduceren is."
"Heeft u al geprobeerd de service te stoppen en handmatig op te starten?"

Heel even was ik helpdesk. Het ging me best prima af, vond ik. Vragen om logbestandjes kan ik erg knap. Ook babbel ik een aardig woordje serverconnectie en database-upload.

Tussendoor kreeg ik een mailtje van Ilse:
"Hoe is het op de helpdesk? Ik heb net een nieuwe laptop gekocht. Whoei!"
"Wat voor een?"
"Het is een HP Compaq Breedbeeld hutsefluts met 1.024 geheugen.... De V6109"
"Verder dan hutsefluts kom ik niet. Ik bedoel eigenlijk meer wat voor kleur 'ie heeft."
"Hij is heeeeel donkergrijs en het formaat van ca. 14 (breedte) bij 3 (over de lengte) lippenstiften."

10 januari 2007

Het oog van de storm

In mijn linkeroog had ik een soort vlek. Een witte vlek. Nou ja, eigenlijk eerder een soort glinsterende witte halve maan. Ik dacht dat ik in een lamp had gekeken. Ik knipperde, hield mijn hand voor mijn oog. Keek naar de plant. Keek naar het beeldscherm. Knipperde. De vlek werd niet minder. Was aan het migreren naar het midden van mijn blikveld en werd steeds groter. Ik probeerde mijn verhaaltjes te tikken, maar moest dat met mijn hoofd in een heel onnatuurlijk gedraaide positie doen. Ik zag namelijk met het midden van mijn oog alleen een soort sneeuwlandschap.

Ik raakte voorzichtig in paniek. Zei tegen vriend Frank "Frank, volgens mij gaat het niet zo goed met mijn oog. Het doet een beetje raar. Ik denk dat ik blind word. Haha." Ik belde mijn vader, die meer ervaring heeft met oogproblemen dan mij lief is, en probeerde de paniek in mijn stem te maskeren. Kansloos, natuurlijk.
"Je moet NU naar het oogziekenhuis," zei vader daadkrachtig. Ik hoorde mijn moeder op de achtergrond: "Wat is er dan? Wat is er dan? Zeg me wat er IS!"

Op internet vond ik het telefoonnummer van het oogziekenhuis. Toen ik het nummer wilde intikken was de vlek zo groot dat ik de toetsen niet meer kon zien. Frank belde het nummer voor me, schoot zijn jas aan en reed me erheen. Onderweg bewoog ik steeds mijn vinger heen en weer om te kijken wanneer die uit mijn blikveld verdween. Ik herinnerde me dat mijn vader dat ook deed toen hij mijn moeder nèt kende. Hij zat op haar bed en bewoog zijn vinger. Dat beloofde weinig goeds destijds.

Bij de EHBO leek de vlek al te slinken. Ik kreeg oogdruppels, moest wachten. Mocht naar de arts. Kreeg de neiging mijn klachten aan te dikken, want er was eigenlijk weinig meer aan de hand. Mijn glitters waren als sneeuw voor de zon verdwenen en ik voelde me een beetje een mietje. Gelukkig namen ze me serieus, vooral toen ik vertelde dat mijn vader een netvliesloslating had gehad, en nu kampt met macula degeneratie. En dat mijn moeder last heeft van mouches volantes. En dat het dus bij mij in de familie allemaal niet volstrekt kosher is, oogtechnisch. Mijn netvlies was kerngezond. Niets aan de hand. Het was een aanval van oogmigraine. Heel vreemd en de eerste keer heel beangstigend, maar niks aan de hand.

Deze hele episode is inmiddels twee jaar geleden. Gisteren was ik weer voor het eerst in het oogziekenhuis. Ik reed papa er naartoe voor zijn controle. Met belladonnadruppels in zijn ogen ziet de wereld eruit als een kermisterrein, dus zelf terugrijden was niet vertrouwd. Standaard controle, dacht ik. Prima. Doe ik wel even. Ik rij papa wel. Geen enkel probleem.

Maar de prognose blijkt niet goed. Zijn ogen gaan snel achteruit. Hij is pas weer afgestudeerd en kan nu waarschijnlijk niet meer promoveren, wat wel zijn plan en zijn passie was. Autorijden kan binnenkort ook niet meer. En dan niet vanwege een kermisblik op het leven.

Mijn moeder raadde mij ooit een boek aan: What I Loved. Een prachtig boek. De hoofdpersoon heeft macula degeneratie. Ik klapte de laatste pagina dicht en belde mijn moeder meteen.
"Wat een gewèldig boek, mam! Prachtig! Wat vond jij ervan?"
"Ik heb het niet uitgelezen," bekende ze. "Ik was te bang voor hoe het af zou lopen."

06 januari 2007

Ode aan oma

Mijn oma is dood. Ik had er nog twee, en nu nog maar één. Mijn moeder belde gisteravond en ik hoorde meteen aan haar stem dat er Iets Was.

"Heb je even?"
"Ja, wat is er?"
"Oma is vanavond om half negen overleden."

Oma was nog puntgaaf en limoenfris, fysiek. Alleen geestelijk ging het wat minder. Vreselijk dement, om precies te zijn. Er viel geen gesprek meer te voeren met oma, omdat ze niets onthield. Haar kattige aard kwam naar boven, zo zonder remmingen. Ze heeft mijn vader - haar zoon - en haar dochters het leven behoorlijk moeilijk gemaakt de laatste jaren. Iedereen stal van haar. Haar kinderen waren op haar geld uit en hadden haar weggestopt in een verzorgingstehuis, waar ze weg kon rotten. Als mijn vader en zijn zussen dingen voor haar wilden regelen, stampvoette en schold ze. Ze was niet zo aardig.

Ook vroeger was ze niet zo aardig, maar toen kon ze het beter maskeren. Mijn vader en zijn zussen zijn streng en niet altijd rechtvaardig opgevoed. Soms denk ik dat dat doorwerkt in hoe ze nu in het leven staan. Soms bevestigen ze dat tegen mij. Maar hoe dan ook, wat er ook gebeurd is: hun moeder deed altijd wat haar op dat moment het beste leek. Ze zorgde, op haar manier. Zoals vriendin E zegt: "Ouders zijn niet perfect. Ze zijn vaak 'good enough'. En dat moet je onthouden. Good enough met goede intenties. Vergeef ze." Of zoals ik vroeger op de nonnenschool heb geleerd: "Forgive them Lord. For they know not what they do."

Mijn oma was mijn heldin, vroeger. Opa en Oma hadden een wit huis met rood-witte luiken, een strooien dak en een grote groententuin en een valse hond. Ik mocht worteltjes trekken voor het avondeten en kikkers vangen. Die kikkers nam ik mee naar binnen in een tupperware-doosje en oma Oehde en Aaahde dat het een lust was. En zei me dan ze weer los te laten.

Mijn nichtjes en ik plukten de hele bloementuin kaal en bouwden een kraampje, op het grasveld voor het huis. Daar verkochten we opa en oma hun eigen bloemen. Opa en oma vonden het fantastisch en betaalden grif geld. Voor hun eigen kaalgeplukte tuin.

Oma had een snoeppot. We mochten een Snoepje Van De Dag. En soms twee, of drie, of vier. En dan hield ze samenzweerderig de wijsvinger tegen de lippen. Samen voerden we de pony van de buren, en ze leerde me hoe je een suikerklontje op je vlakke hand aangeeft.

Oma heeft me leren haken. En breien. Oma had een lappenmand; die plunderde ik om barbiejurkjes te maken. Oma heeft me leren patroontekenen. Haar moeder was coupeuse en het komt door oma dat ik weet hoe een mouw in een mouwgat steekt.

Oma ging eens mee op fietsvakantie, met mij en mijn ouders. Vlak nadat opa was overleden. Oma en ik deelden een kamer. Ik zag haar naakt en vond dat best een beetje eng, zo op mijn twaalfde. Zo'n oud lichaam. Ik denk dat haar eigen kinderen haar nooit naakt hebben gezien.

Ik dacht dat het me niet zoveel deed, dat mijn oude demente oma was overleden. Dat het maar beter was. Ze heeft niet hoeven lijden. En wat was ze toch vervelend de laatste tijd. 86, een mooie leeftijd.

Ik dacht dat het me niet zoveel deed, maar nu ik dit tik en terugdenk naar de bloemen en de pony en de lappenmand huil ik. Huil ik dikke dikke tranen om wie oma voor mij was. Oma was namelijk oma.
En zo hoort het.

29 december 2006

Mijn jeugd herleeft..

Toen wij in Noorwegen woonden was ik een jaar of drie-vier-vijf-zes. Mijn buurjongetje heette Ole Andreas en was net iets ouder. Hij deed het niet zo lekker in de buurt, maar ik was idolaat. Wij praatten met handen en voeten in het Noors-Nederlands-Engels en dachten dat als we dingen maar luid genoeg zeiden de ander het wel zou verstaan. Zo herinner ik me dat ik een keer vol trots zei: "This is our town," gebarend naar de seringen en de bessenstruiken. Mijn ouders legden me later uit dat een tuin toch echt garden heet in het engels. Ik zakte door de grond van schaamte. Op mijn vierde ook al een perfectionist. Dat is blijkbaar een diepgewortelde stoornis.

Ole Andreas deed het niet zo lekker in de buurt, maar ik was idolaat. Tot hij op een dag zand in mijn oog gooide. Toen was de liefde voorbij.

De buurtkinderen riepen altijd in koor: "Ole Andreas er en fiskebolle! Ole Andreas er en fiskebolle!" Ole Andreas was een visbal, in hun optiek. Ik wist niet wat een visbal was, maar wel dat het waarschijnlijk een dodelijke belediging vormde.

Met dank aan het Noorse kookboek dat ik zojuist van mijn moeder kreeg, heb ik nu enig idee van 'fiskebolle'. Er komt vis in voor. En aardappelmeel. En bloem. En dan moet je een papje maken en koken. Pocheren, heet het in het kookboek. Stiekem is het natuurlijk gewoon hartstikke een vispapje tot ballen draaien en koken. Je kan er een leuk naampje aan geven, maar het blijft walgelijk. Walgelijk met een mespuntje nootmuskaat; voor de smaak.

Ik weet het nu zeker: Ole Andreas er en fiskebolle.
En dat is Géén Goed Ding.

26 december 2006

The History of Love

Als wij vroeger op vakantie gingen, hadden we vier koffers mee. Een koffer voor papa, een koffer voor mama, een koffer voor mij en een koffer voor de boeken. Mijn moeder en ik verslinden boeken, hebben dezelfde smaak, delen tips. Elk telefoongesprek van ma en mij heeft in een ieder geval één boekenmoment.

Ik zei: "Ben nu bezig met The History of Love."
"Daar moet ik nog aan beginnen. Is het wat?"
"Het is waanzinnig. Het doet me heel erg denken aan Everything en Extremely Loud, maar dan vrouwelijker, als je begrijpt wat ik bedoel."
"Ah. Dan ga ik me er toch eens aan wagen."
"Ik durf nu niet verder te lezen."
Papa en mama in koor: "Aaaaaaah!! Is het er ZO een!"

Wij snappen elkaar zo goed.

Nu is hij uit, The History. En ik ben een beetje verdrietig.

23 december 2006

Maar de bedden waren héérlijk!

"Djeez! Heb je hier onder de wasbak gekeken?"
"Wattan?"
"Kijk maar eens."
"Euuughghg!! Man! Dat is vies zeg!"
"D'r ligt ook een haar in het bad."
"Hoofdhaar?"
"Ja, gelukkig wel ja."
"En een wimper op de wasbak."
"En er zijn één, twee, drie tegels gebroken."
"Heb je de minibar van binnen gezien?"
"Bah! Smerig zeg! En er past bijna niks meer in vanwege het ijs!"
"Mijn bedlamp doet het ook niet."
"En van deze zit het peertje los."
"Er is maar één badjas, mèt een gat!"
"Vlekken op het tapijt.."
"Is de spiegel schoon?"
"Ja, dat wel, maar de bovenkant van de schilderijlijsten is echt héél stoffig!"
"Zijn de plinten wel schoon?"
"God man.. we moeten nog roomservice."
"Tostietje? Pizzaatje?"
"Ik kan geen eten meer zien!"
"Citroentaartje?"
"Moet dan maar ja."
"Hij is warm! Citroentaartje is warm!"
"Eeeeuhghgh!"

Waren wij extreem kritisch?
Ja... want wij waren Mystery Guest dit weekend!

10 november 2006

Stratego

De woorden die ik de laatste dagen het vaakst hoor (behalve 'de', 'het' en 'een') zijn 'strategisch stemmen'. In het rookhok praat men over strategisch stemmen, in de kroeg, op mijn bank en vanavond - schok der schokken - zelfs op de bank van mijn ouders.

Een vriendin van mijn moeder heeft aangekondigd het land te verlaten als er een linkse coalitie komt. Nu het ernaar uitziet dat dat misschien wel gaat gebeuren, krabbelt ze voorzichtigjes terug: "Ik had natuurlijk niet gezegd hoe làng ik het land zou verlaten.. Ik kan ook gewoon naar de kerstmarkt in Keulen gaan. Telt dat?"

Mijn vader zei: "Als er een linkse coalitie komt; berg je dan maar! Jij als werkende vrouw met een bovenmodaal salaris in de private sector met een huis en een auto en geen kinderen!"

Strategisch stemmen dus. Stemmen tegen een linkse coalitie. Ik dobberde zelf richting D66, maar men ontraadt het mij omdat het een weggegooide stem zou zijn. Beter om mee te gaan met het machtsblok waar je de minste principiële bezwaren tegen hebt. Intussen heb ik van vele mensen gehoord dat ze richting D66 dobberen, maar dat dat niet strategisch zou zijn.

Hallo?!! Waar zijn we mee bezig?! Ik ga gewoon stemmen op de partij die mijn stem verdient, strategisch handig of niet. Als we dat nou allemaal zouden doen, krijgen we misschien een èchte afspiegeling van de maatschappij (of in ieder geval van wat de maatschappij wìl) in de Kamer.

Waarschijnlijk ben ik naïef, maar laat mij maar schuiven. Ik weet nog niet waar ik heen schuif, maar dat is een tweede..

Slachtoffer van mijn genen

Gisteren Sanne Wallis de Vries, waarover later meer. Er is nu een veel prangender onderwerp: ik ben een kat kwijt.

Ik kom uit een heel ongeruste familie. Vroeger, toen mijn moeder nog een moedertje was, werden zij en haar broers en zussen 's nachts uit bed gehaald als het onweerde. Dan zat de hele familie beneden in een angstige kring met het geldkistje op tafel. Jas aan, schoenen aan. Klaar om te vluchten als de bliksem in zou slaan.

Vroeger, toen mijn moeder nog een moedertje was, mocht zij niet fietsen van haar vader; dat was veel te gevaarlijk. Als de klas zwemles has moest mijn moeder naar het zwembad lopen, met haar handdoekje onder de arm. Tegen de tijd dat ze aankwam bij het zwembad was de zwemles alweer afgelopen en kon ze rechtsomkeert maken, om te laat op school te komen voor de volgende les.

Mijn moeder heeft geprobeerd mij 's nachts nìet uit bed te halen als het onweerde. Dat is redelijk gelukt. Het is wèl zo dat als ik naar Maastricht moet op dinsdag, zij op dinsdag de hele dag de fileberichten in de gaten houdt of er misschien een ongeluk is gebeurd. Ze doet dit stiekem, dus ik heb er niet al te veel last van.

Tot voor kort dacht ik dat ik de tik van de molen was ontlopen. Dat ik net op tijd gebukt had. Maar dat was voor ik moeder werd. Moeder van twee katten.

Lafkat Sam levert geen problemen op. Hij durft niet eens op het aanrecht te springen. Hij zal zich dus ook niet wagen aan daken en achtertuinen. Dat durft hij niet. Als ik thuis kom werpt hij zich trillend van geluk tegen mijn onderbenen. Hij ìs er altijd als ik thuis kom.

Stoerkat Oscar is een lastiger geval. Zodra ik het kattenluikje open zette om de beesten te laten wennen aan de buitenlucht en aan mijn dakterras, was Oscar verdwenen. Zo Hops! het dak op. Om niet meer terug te komen tot het eten geserveerd werd. Oscar is de Held van de Buurt. Hij maakt elke achtertuin, schutting en heg onveilig en is verwikkeld in brute territoriumveldslagen met die-dikke-zwarte-van-de-buren. Oscar redt zich wel. Baasje niet.

Als ik thuis kom en Oscar is er niet, hang ik mijn hoofd uit het raam en roep ik hem. Heel luid en vals kwelend roep ik Oooooosssssscar!! Ozziewossie!! Eeeeeeeeeten!! Meestal hoor ik dan Mriaaaaoooorrr!! en komt Oscar als een hordenloper soepeltjes via dakgoten, regenpijpen, schuttingen en schuurtjes aangesneld. Eeeeeeeeeeten!! kan hij namelijk niet weerstaan.

Gisteravond kwam ik laat thuis. Sanne Wallis de Vries was erg leuk, maar Sanne Wallis de Vries was in Eindhoven. Laat thuis dus. Oscar niet thuis. Baasje roepen. Zo zachtjes mogelijk om geen aanstoot te geven aan slapende buren, maar met oplopende hysterie in mijn stem. Geen vertrouwde Mriaaaaoooorrr!! Ook geen RinkeldekinkeldepatsboemHUMPFF als hij op de serre van de buren springt om door het raam te klimmen. Geen Oscar.

Tot nu toe nog steeds geen Oscar.
Als hij er om 10 uur nog niet is, ga ik op internet zoeken naar meldingen van gewonde grijswitte katten die door de dakgoot van de buren zijn gezakt.
Als hij er om 11 uur nog niet is, ga ik mijn mooiste foto van Oscar uitzoeken en posters printen.
Als hij er om 12 uur nog niet is, ga ik posters plakken en bij alle buren aanbellen om in hun schuurtjes te kijken.
Als hij er om 1 uur nog niet is ga ik de politie bellen om melding te maken van een kattenvergiftiger hier in de straat.

Ik ben helemáál niet ontsnapt aan die molen. De molenwiek heeft mij VOL in het voorhoofd getroffen.

04 november 2006

In her shoes

"Volgens mij is dit wel een film voor jou."
"Schoenen!! Schoenen!! Bij kaasjes en toastjes en nichtjesavond hoort ook een vrouwenfilm met schoenen natuurlijk!"
"We kunnen ook A Beautiful Mind kijken. Heb je die al gezien?"
"Nee. Maar ik heb eigenlijk meer zin in een leeghoofdige vrouwenfilm. Lekker!"
...
"Goh. Je ziet wel erg veel dijbeen steeds."
"Zullen we gaan turven?"
"Volgens mij staan we nu op een shot of twaalf, qua dijbeen."
...
"Wat een kutzus!"
"Die ander ook trouwens. Ik zou ze geen van beiden als zus willen."
"Nee, gek uptight wijf."
...
"Vind jij het een mooie vrouw?"
"Nee. Maar ze heeft wèl mooie benen."
"Èn een dikke neus."
"We hebben al een tijdje geen dijbeen gezien trouwens."
"Oh gelukkig!! Ze is weer in bikini!"
...
"Jaaa... En dan is die ene zus ineens niet meer zo ambitieus, en die ander is ineens helemaal verantwoordelijk en alles."
"En dan gaan ze elkaar terugvinden."
"En dan trouwt zij met die arts."
"Wat een kutfilm."
...
"Zit je nou te janken?!!"
"Jaaaa!! Ik kan er niks aan doen! Ik vind het echt een flauwe rotfilm, maar ik jank de laatste tijd al bij reclames!"
"Ben je zwanger ofzo?!"
"Haha neeeee!! Maar ik moet gewoon steeds huilen!"
...
"Wat een klotefilm!"
"Jaaaa!! En ik zit godsamme wéér te janken! Ik wil helemaal niet janken! Dat is die film niet waard!"
...
"Was dit het?"
"Ja. Nou, we hebben ons in ieder geval lekker samen kunnen ergeren."
"Hoe vaak heb je nou gehuild?"
"Vier keer, maar dat betekent niet dat ik het een goeie film vind!"
"Ik vond eigenlijk alleen de schoenen leuk."
"Ja. Ik ook."
"Stel je nou voor dat je zoveel schoenen had."
"Jezus ja!"
"Zucht.."
"Uhuh!"