Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen

13 augustus 2007

Parklife

We lagen in Kensington Gardens, in de zon. Ik had dorst en krukte naar de newsagent's op de hoek voor chips en mineraalwater. Van een afstandje zag ik hem liggen, grinnikend om zijn boek. Zijn voorhoofd neigend naar roze door de zon. Schoenen en sokken uit. We lachten samen om een grote sportschoolmeneer die push-ups deed in het gras, pakten ons boek weer. Treffende paragrafen las hij voor. Als we opkeken vonden onze ogen elkaar en glimlachten we.

We troffen Rik na veel bellen 'bij welke boom lig jij precies?' en haalden flessen wijn bij het winkeltje om de hoek van zijn tijdelijke appartement aan het park. Ik maakte me zorgen of dat wel mocht, maar Rik bezwoer me dat Engelsen altijd en overal drinken, dus dat ik niet moest miepen. Ik leunde op mijn ellebogen, speelde met een grasspriet en aanschouwde de twee mannen; voor vandaag onbekenden van elkaar, nu verwoed in gesprek over marketing, studie, film, economie, stedenbouw. En over mij, zo af en toe. De zon blakerde, soms voelden we een windvlaag vuil maar verkoelend water van de fontein. De flessen raakten leeg en de zon ging onder. Aangeschoten wandelden we gedrieën door het park naar een goeie Indiër.

Weekendje Londen. Niets gezien. Niets gedaan. Puur genieten.

18 mei 2007

W zit in de Alpen

Of zijn het toch Alluppen?

14 mei 2007

Gemis

"Ik ga je niet missen, denk ik," zei W, terwijl hij in zijn risotto prikte.
"Ik ben niet zo van het missen. Ik denk - en dat is niet vervelend bedoeld - dat ik misschien mijn werkplaats een beetje ga missen. Maar jou niet."
Ik voelde dat ik woede had moeten voelen. Of teleurstelling. Of verdriet. Maar de realiteit was dat ik hem snapte. W zal zijn werkplaats missen, om lekker te klooien en mooie dingen te maken. W zal zijn gereedschap missen om 'te schetsen met de lastoorts en te gummen met de haakse slijper', zoals hij dat noemt. Maar W is niet van het missen van mensen. Dus ook niet van mij.

Ik vroeg me af hoe ik dat zou beleven, die maand zonder W. We zijn nu halverwege de maand, en nee. Ik mis W niet. Omdat ik weet dat hij vandaag de Alpe d'Huez gaat doen. Omdat ik weet dat hij het ontzettend naar zijn zin heeft. Omdat ik foto's heb gezien van fantastische wildkampeerplekken en verhalen heb gelezen over suicidale naaktslakken die zich en massa voor hun wielen storten. Omdat ik hem heb geholpen de tent test-op-te-zetten en dus weet hoe hij erbij ligt, 's nachts. En vooral omdat ik weet dat hij terugkomt. Hij is nu duizenden kilometers van mij verwijderd, maar ik voel geen gemis.


Ik ben alleen godvergeten jaloers!

24 januari 2007

Het meisje dat een jongen wilde zijn

Nadine, heette ze. Het had net zo goed Stefan kunnen zijn, of Hans, of Kurt. Ze zat met haar vrienden te dobbelen. Wijdbeens, grote pul bier voor zich. Later hoorden we dat het alcoholvrij bier was. Ze had een drankverbod. Een keertje de kerstverlichting in brand gezet, een prullenbak op het toilet. Brandweer uitgerukt, rookschade.

Ja, problemen thuis. Een schreeuw om aandacht. Haar vader slaat haar en het hotel is haar tweede thuis. Ze zit er altijd. Men vangt haar op zo goed het kan. Een alcoholverbod, maar wel de mogelijkheid haar huis even te ontvluchten.

Ze rookte haar sigaret tussen duim en wijsvinger en stompte haar vrienden op de bovenarm als die een potje wonnen. Kort geblondeerd haar in een kuif, grote gympen, vormeloze trui. Het was geen mannelijk meisje, het was een jongen, uiterlijk. Behalve dat ze meisje was.

Als ze alleen was staarde ze in haar pul bier en rookte sigaret na sigaret. Haar blik moe en moedeloos. Als haar vrienden kwamen veerde ze op. Was ze man met de mannen. Jongens onder elkaar. Stoere verhalen, luid gelach.

Tot mijn nichtje Femke vanuit haar kinderstoel oogcontact zocht. Even was het jongenmeisje een meisje. Nadine speelde kiekeboe met Femke van achter de menukaart. Ze giechelden allebei.
Haar vrienden dobbelden en hadden niets in de gaten.

Weer thuis

Ik ga op vakantie en ik neem mee:
- vijf boeken; ik ga per slot van rekening vijf dagen weg
- mijn laptop; aan de Moezel is het vast goed schrijven aan mijn boek
- mijn nichtje Ilse; broodnodig voor wijntjes en conversatie
- mijn mini-nichtje Femke; om in haar wangen te knijpen en stiekem 'tante annemárie is lief' te leren zeggen

Ik ga naar huis en ik neem mee:
- twee kilo minder; vanwege anderhalf etmaal pendelen tussen toilet-wegens-overgeven en bed. Doodziek was ik. En heel zielig.
- twee dozen lokale prijswinnende wijn. Om uit te delen maar vooral lekker voor mezelf. Als ik daar niet kan drinken doe ik het thuis wel. Ha!
- een hernieuwde liefde voor yahtzee
- een onaangeroerde laptop wegens onaangeroerd boek
- en vooral: de welhaast onbedwingbare neiging om mijzelf tante annemárie te noemen. Tante annemárie heeft zoveel neuzen geveegd, wangen geknepen, Femke's opgetild en speeltjes aangegeven dat tante annemárie nu de katten aanspreekt met "Zal tante annemárie even eten voor jullie maken? O nee, kut! Zal baasje even eten voor jullie maken?"

Tante annemárie is weer thuis. Het huis staat er nog. De katten leven nog. Tante annemárie is alleen nog even in identiteitscrisis.
Langzaam voel ik mezelf tante-af en weer gewoon annemárie worden. Of baasje.

21 januari 2007

Vakantie

Wat is dat toch met ontbijtbuffetten? Buffetten in het algemeen? Als ik vreselijk veel eten voor me uitgestald zie sla ik op tilt. Ik verlies elk gevoel voor realiteit. Mijn bord raakt als vanzelf overladen met ei, spek, croissantjes, plakken brie. Ik neem wel drie bakken cornflakes en hmm.. die halve perziken zien er ook goed uit. Ik vergeet alle tafelmanieren en mijn tafel ziet eruit als een slagveld. Kruimels, klontjes ei, druppels honing. Driekwart van wat er op mijn bord ligt, blijft daar liggen. Beknabbeld en beduimeld. Mijn ogen zijn altijd groter dan mijn maag, als het om een buffet gaat.

Ilse en ik zijn op vakantie. Mini-vakantie. Ons oorspronkelijke plan was om een week met onze kont in de zon te gaan liggen, maar ons beider creditcard was uitgeput. Nu zijn wij in het pittoreske Nittel, aan de Moezel. Vele wijnhuizen en uitzicht op de rivier als je met ware doodsverachting en je linkerteen om het kozijn geslagen uit het raam hangt.

Hoe komen wij in Nittel? In godsnaam? Ilse heeft hier al vele dagen doorgebracht: trappen schurend, muren brekend, kelders schilderend. Gisteren liet Marco - eigenaar van het hotel en een vriend van Ilse - het fotoboek zien van de verbouwing. Mijn anders zo hooggehakte nichtje wierp met bouwhelm op de kop matrassen uit ramen, hanteerde daadkrachtig de sloopbeitel en lachte van achter haar stofmasker.

Wij zijn op vakantie. Af en toe springen we bij in de bediening. We drinken vele flessen goeie Riesling en soms een glaasje Sekt. We dobbelen, lezen en praten tot we erbij neervallen. We smeden plannen voor een dagje Trier, een wijnproeverijtje of gewoon een dagje niksdoen in de sauna. Ilse wijst op muren en plafonds die zij eigenhandig geplaatst heeft. Marco en Esther schuiven aan als ze tijd hebben en onthullen hun verdere plannen met het hotel.

We zijn op vakantie.. en ik voel me thuis.

23 december 2006

Maar de bedden waren héérlijk!

"Djeez! Heb je hier onder de wasbak gekeken?"
"Wattan?"
"Kijk maar eens."
"Euuughghg!! Man! Dat is vies zeg!"
"D'r ligt ook een haar in het bad."
"Hoofdhaar?"
"Ja, gelukkig wel ja."
"En een wimper op de wasbak."
"En er zijn één, twee, drie tegels gebroken."
"Heb je de minibar van binnen gezien?"
"Bah! Smerig zeg! En er past bijna niks meer in vanwege het ijs!"
"Mijn bedlamp doet het ook niet."
"En van deze zit het peertje los."
"Er is maar één badjas, mèt een gat!"
"Vlekken op het tapijt.."
"Is de spiegel schoon?"
"Ja, dat wel, maar de bovenkant van de schilderijlijsten is echt héél stoffig!"
"Zijn de plinten wel schoon?"
"God man.. we moeten nog roomservice."
"Tostietje? Pizzaatje?"
"Ik kan geen eten meer zien!"
"Citroentaartje?"
"Moet dan maar ja."
"Hij is warm! Citroentaartje is warm!"
"Eeeeuhghgh!"

Waren wij extreem kritisch?
Ja... want wij waren Mystery Guest dit weekend!

16 december 2006

Onuitstaanbaar: ik

"Kan je schaken eigenlijk?" vroeg Rik, toen Rik nog mijn vriendje was. Jáááren terug. We zaten op het terras van ons luxe resort op Malta. De avondlucht was zoel. Op de pier tegenover het terras zagen we de silhouetten van vissers die een laatste visje vingen. Een kat bedelde hongerig rond hun voeten.
"Ik heb nog nooit geschaakt," zei ik, "dus ik weet niet of ik het kan."
Vriendin E en ik hangen namelijk de theorie aan dat we natuurgetalenteerde kleiduivenschieters, maanreizigers, speerwerpers en zebravisjeskwekers zijn. Dat we het nog nooit hebben gedaan doet niets af aan het feit dat we het waarschijnlijk héél goed kunnen.
"Leer mij het eens."

Rik legde me de moves uit. Ik snapte. Ik onthield. We bestelden een gin-tonic, een baileys en een schaakbord. Op mijn derde baileys en na het derde potje was ik in tranen. Rivieren van tranen. Oceanen van tranen. Ik won niet. Ik kende de theorie, maar won nog steeds niet. Onverteerbaar. Onuitstaanbaar. Rik leunde achterover in zijn stoel en keek hulpeloos om zich heen. Een huilend meisje dat door haar baileys heen snikt dat ze boos is, en verdrietig, en gefrustreerd, is niet het ideale gezelschap voor een zoele zomeravond op Malta.

Dat nare perfectionisme van mij. Die nare faalangst. Ik dacht dat ik er overheen was inmiddels. Ouder en wijzer geworden lachte ik schaaknederlagen, triviantnederlagen, hardloopwedstrijdnederlagen, van-stepjes-af-pleuren-bij-de-steplesnederlagen van me af. Schouderophalend grinnikte ik 'volgende keer beter'.

Tot gisteravond. Met W en zijn vrienden in de kroeg. Een tafelvoetbalspel. Mij moet je sowieso niets met een bal laten doen. Ik heb de oog-handcoördinatie van de gemiddelde noordzeegarnaal. Mathematisch laat het zich als volgt uitleggen:
annemárie + bal = blauw oog.
W en ik vormden een team. Ik waarschuwde hem. Staalde mij vast voor het zometeen grinnikend de schouders ophalen en 'volgende keer beter'.

Maar godverdomme wat raakte ik gefrustreerd! Tegenover mij het frèle prachtige Spaanse meisje Y. "Geeft niks dat je niet kan tafelvoetballen hoor! Y heeft het ook nog nooit gedaan!" Jaaaaja. Trefzeker schoot zij bal na bal met de snelheid van het licht bij ons naar binnen. Mijn mannetjes keken machteloos toe. Waren altijd op de verkeerde plek. Scoorden eigen goals. Ik hunkerde naar een glas wijn en een sigaret aan de bar. Ik vond het een kwelling. Ik was niet in staat 'volgende keer beter' te denken. Het huilen stond mij nader dan het lachen. Ik liet mij in mijn diepste kinderachtigste onuitstaanbaar perfectionistische ziel kijken.

Ik ga stiekem oefenen. 'Volgende keer beter', maar dan echt.

14 november 2006

Posters galore


Dit voorjaar was ik op studiereis richting Italië met een clubje zeer visueel ingestelde kunstacademiestudenten. Pretentieuze studenten, bij tijd en wijle. Daarbij sluit ik mezelf absoluut niet uit. Wij becommentarieerden werkelijk ALLES wat we tegenkwamen, van de Villa Rotonda 'Hmm... niet zo indrukwekkend als ik had verwacht' tot de kunstacademie in Milaan 'Wow! Fucking wow!'
We voelden ons als een stelletjes Japanse toeristen: elke dag werden we weer de bus uit gesodemieterd om in 2 uur Verona te mogen 'doen' of in 3 uur Basel.

Toen we op een gegeven moment op een busstation in Vicenza stonden te wachten om weer ingeladen te worden, viel ons op dat alle reclameposters daar er grafisch volkomen anders uitzien dan bij ons. Het deed wat ouderwets aan: letters met schaduw, niets werd visueel aan de fantasie overgelaten. De poster zegt wattie zegt, klaar. En dan ook nog in kleurstellingen waarvoor een grafisch ontwerper in Nederland zich zou verhangen. Kortom: elke tijd en elke regio heeft duidelijk haar eigen grafische cultuur en traditie, die het straatbeeld mede bepaalt. Kleuren, lettertypes; alles is aan mode onderhevig.

Gisteren gespot op het journaal: er is nu een digitale collectie van campagneposters samengesteld door het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Èrg leuk om doorheen te bladeren en een vleugje ideologie-van-vroeger mee te pakken, nog afgezien van de grafische leukigheidjes die je af en toe tegenkomt.

Kijk eens wat mooi!

27 oktober 2006

Ils ont peur

Vriendin E heeft met haar vriendje een vakantiehuisje in Frankrijk. Afgelopen zomer gingen ze drie weken naar het huisje waarvan ze 1 week rondreisden naar diverse Chambres d'Hôtes. Komende week gaan ze ook weer genieten van La Douce France.

Toen ik haar een goede week wenste, moest ik even terugdenken aan de smsjes die afgelopen zomer met regelmaat binnenkwamen:
'Heerlijk hier, lig in het zwembad'
'Dit geloof je niet An! Ze hebben hier een ezel en die is beste vriendjes met de hond!'
'We zijn nu ergens op een Chateau en die vrouw.. die vrouw die is GEK!'
'Mijn god.. wat een narcistisch kutwijf!' (vriendin E is psychotherapeut)
'We hebben haar De Heks genoemd. We hebben serieus allebei hoofdpijn van deze overnachting.'

Ze waren in een Chateau, geheel gerestaureerd en met culinair verantwoorde keuken. Eén hotelkamer. Dit had het hoogtepunt van de vakantie moeten zijn. In plaats daarvan werd het een nachtmerrie. De mevrouw die het Chateau beheerde beklaagde zich luidop over al die gasten die maar 1 nacht komen - terwijl vriendin E en haar vriendje ook maar 1 nacht bleven - instrueerde ze over hoe ze hun bestek vast moesten houden, hoe lang ze precies mochten douchen, hoe ze hun ovenschotel moesten eten (namelijk niet van boven naar beneden, maar laagje voor laagje) en ze vroeg de volgende ochtend gepikeerd of het dessert niet lekker was. Ze had er namelijk zo haar best op gedaan.

In een poging de sfeer nog een tikkie leukig te houden begon vriend S van vriendin E een gesprek met De Heks. Over het feit dat ze een vakantiehuisje hadden in Frankrijk. Over dat ze wel even meer van de buurt wilden zien.
De Heks zei: 'Jaaaa... Er zijn veel Hollandais die een maison de vacances hebben hier, in la douce france.'
S zei 'Oui' en De Heks zei: 'Oui.. Parce qu'ils ont peur'
S en E: 'Huh?'
De Heks zei: 'Oui, want ze vivent sous het niveau van de zee. Ils ont peur.'
S en E: 'Huh??????'

Ik heb geen peur. Heb jij peur? Omdat we allemaal sous le niveau de la mer wonen? Ik heb er eerlijk gezegd nog nooit bij stilgestaan...