Posts tonen met het label huis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huis. Alle posts tonen

26 augustus 2007

Bij de kassa van de Appie

Hij keek me aan, zag mijn ongewassen haar. Zijn blik reisde naar beneden en bleef hangen bij mijn broek. Ik zag hem kijken en peinzen. Mijn broek die niet past, die veel te lang is en afzakt. Mijn slippers eronder. Mijn halfgelakte teennagels. De verfspatten op mijn wreef. "Lekker aan het klussen?" zei hij. Ik knikte en liet mijn verfvingers zien. Hij lachte en keerde zich weer naar zijn boodschappen.

Niet voor lang. Zijn blik raakte mijn buik, ontbloot in het iets te korte verfshirtje in combinatie met afzakkende verfbroek.
"Nieuwe kamer aan het opknappen?"
"Nee, daar ben ik inmiddels iets te oud voor. Gewoon lekker huisje opknappen."
"Ah! Nou, het is er wel mooi weer voor. Succes ermee hè!"
"Ja, dankuwel."

"Pàhap! Mòest dat nou?" zei zijn circa vijftienjarige dochter, nadat ze hadden afgerekend.

27 juni 2007

Nieuwe badkamer

"Haak in en loop mee!" zei de badkamerverkoper, met uitgestoken elleboog. Hij liet me een enorme regendouche zien. Een enorm mooie enorme regendouche. Ik testte de hoogte, want we moesten rekening houden met een tegelmaat van 60x60. Hij kantelde de douchekop en checkte of ik ook zònder mijn haar nat te maken eronder paste.
"Kijk, die kranen vind ik nou mooi!" zei ik.
"Ha! Wat gaat dit soepel. Dat was precies wat ik voor je in gedachten had, maar dan met een rechthoekige achterplaat. Volgens mij hou jij niet zo van rond."
"Inderdaad! Dat rond is niks, maar van een rechthoekige achterplaat ga ik wel blij worden, denk ik."
"En dan zou ik het raam híer plaatsen, zodat je als je in bad ligt zo naar de sterrenhemel kan kijken. En dan maken we hier een plateautje waar je je kaasjes en je wijntje neer kan zetten. En misschien een boek neer kan leggen."
"Je snapt me helemaal!"
"Ach. Ik zeg gewoon wat ik zelf leuk vind. En dat zitje in je douche. Als we daar nou eens verwarming installeren? Anders zit je met heel koude billen onder die warme douche."
"Wat een briljant idee!"
"En dan doen we ook vloerverwarming, ok? Anders loop je zo rottig naar binnen vanaf je overloop. Wil je die deur houden?"
"Nee, die deur mag weg. Ik woon toch alleen, dus het maakt niet uit of er een deur in de badkamer zit."
"Maar misschien moeten we wel twee wastafelkranen doen, want je weet nooit of er een tweede tandenborstel op de wastafel komt te staan." Hij lachte me guitig toe. "Ik woon ook alleen trouwens. Best lekker om alleen voor jezelf beslissingen te hoeven nemen. Maar die tweede kraan lijkt me een goed idee."

Ik flirtte met de badkamerverkoper. De badkamerverkoper flirtte met mij. Hij betichtte me van goeie smaak. Ik betichtte hem van ontzettend goed met me meedenken.

"Maar je weet mijn budget, toch?"
"Ja, ik weet je budget. Dat komt goed."

Hopelijk heb ik mijn budget fictief een tikkie omhoog geflirt. Want die winkel is dúúr!

27 mei 2007

Mijn rat

De Nederlandse Kunstkoopregeling: uniek in de wereld. Kort gezegd houdt het in dat je - mits kredietwaardig bevonden - een renteloze lening aan kunt gaan om Kunst te kopen. Bij NPS Arena laatst een item over kunstverzamelaars. Men beschreef de kick van het aankopen. De kick die je krijgt als je iets moois ziet en je voorstelt dat je het zomaar mee naar huis mag nemen.

Ik ken die kick. Ben gek op kunst en gek op hebben-hebben-hebben. Laats bij Galerie Lutz een expo van Les Deux Garçons. Fantasievolle bizarre objecten. Ik liep naar binnen en werd patsboem verliefd. Zomaar ineens verschrikkelijk verliefd. Op een dode rat. Een dode rat in een kastje. Hij hangt nu met behulp van de Kunstkoop aan zijn strop in zijn kastje aan mijn muur.


Die omgevallen naaldhakjes! Die afscheidsbrief! Dat geheven voorpootje! Ga je niet dood van vertedering?!

10 mei 2007

Eigen haard

Vijf weken lag ik in ziekenhuizen en revalidatiecentra. Drie weken ben ik nu thuis. Ik zal eerlijk zijn; eerst voelde thuis niet als thuis. Elke keer als ik voorzichtig over de vierde tree stapte, zag ik een fantoom-annemárie met versgebroken heup daar zitten. Een hyperventilerende fantoom-annemárie, die nog vijf weken ziekenhuis en revalidatiecentrum voor de boeg had. Elke keer als ik mijn voordeur opende, moest ik even wrikken en hop-een-stukje-omhoog duwen, vanwege de schade die de politie heeft aangericht toen ze mij bevrijdden van die vierde tree. Ik wilde geen trappen meer, dacht ik. Maar eigenlijk hield ik mezelf voor de gek. Ik wilde vooral mijn eigen trap niet meer.

Enthousiast keek ik naar nieuwe huizen. Nieuwe huizen met andere trappen. Net zo gevaarlijk, maar zonder nare bijsmaak. Ik wilde mijn huis achterlaten, omdat ik vooral de herinnering wilde achterlaten. De herinnering en het besef van het feit dat je lijf stuk kan. Als je maar hard genoeg valt, ga je stuk. Punt. Je bent niet onaantastbaar en onoverwinnelijk.

Vandaag was ik in het ziekenhuis voor een dexascan. Deze gaat mij vertellen of er iets mis is met mij, dat ik binnen een half jaar twee keer stuk ga. Ik ben een beetje bang voor de uitslag. Ook al betekent het waarschijnlijk alleen maar dat ik de rest van mijn leven meer melk moet drinken en soms pilletjes moet slikken, het zou wel gek zijn als ik ineens inderdaad osteoporose heb, waardoor ik links en rechts enkels en heupen breek. Als ik inderdaad ineens ècht oud ben, en niet meer bijna. Botgewijs dan.

Mama en ik liepen terug naar de auto na mijn scan. Een zoemend apparaat over mijn onderlichaam. Niet eng. En ik besefte en sprak uit dat eigenlijk niks eng is. Ik heb veel geleerd over mezelf de afgelopen tijd. Vanaf dat moment dat ik op de trap zat. Ik heb geleerd dat pijn altijd overgaat. Pijn blijft niet. Pijn lijkt soms ondraaglijk, maar pijn is morgen altijd beter dan vandaag. "Pijn heeft geen geheugen," zei mijn buurman in het ziekenhuis. En daar heeft hij gelijk in.

En weet je wat fijn is? Ik ben erachter gekomen dat ik onder elke omstandigheid het vermogen heb om er het beste van te maken en de positieve kant te zien. En dat is geen verdienste, dat is domweg een karaktertrek. Die wel eens handig kan zijn. Ik was zielsblij dat ik het ziekenhuis uit mocht en zèlf mijn rolstoel kon rollen. En nu ben ik zielsblij dat ik me weer goed genoeg voel om aan het werk te gaan.

Mijn lijf kent nu grenzen. Ik loop mank, en blijf dat voorlopig waarschijnlijk doen. Ik heb soms pijn, en zal dat voorlopig blijven hebben. Als ik iemand een trap op zie rennen ben ik een tikkie jaloers. Jaloers op de vanzelfsprekendheid waarmee die iemand dat doet. Maar binnenkort kan ik weer autorijden. Zwemmen kan ik al. De winkels om de hoek red ik. Ik ga de stad in en de kroeg in. Barkrukken lukken nog niet, maar een stoel aan een tafel is een eitje.

En wat ik vooral kan: mijn eigen huis heroveren. Mijn eigen huis, dat vijandig geworden was. Mijn eigen huis, waarin de stormram van de politie weerklonk. Waarin mijn pijngehijg nog weerkaatste van de muren. Mijn eigen huis begint weer langzaam van mij te worden. Een plek waar ik mijn stempel op druk, door middel van verfkwast, marktplaats en Ikea. Een plek waar fantoom-annemárie begint te vervagen.

Ook al zijn keukentrapjes nog niet ideaal, ik bestijg ze. Met behulp van krukken. Om gevels te witten, gaten te boren, lampen op te hangen.

Het heroveren van eigen haard is goud waard.

08 mei 2007

Meubelschuifmoment

Ik heb een moment van opperste innigste tevredenste tevredenheid. Vriendin M bracht gisteren de van mij geleende boor terug. Ik boorde dus vandaag daadkrachtig twee gaten. Twee Heel Belangrijke Gaten.

1. Een gat om mijn nieuwe kunstuitleenschilderij op te hangen
2. Een gat om mijn opnieuw gepositioneerde boekenkast te zekeren, zodat de katten hem niet omver rennen.

Verrukt aanschouw ik mijn nieuwe woonkamer. Vanaf de bank, dat wel. Want dat stoeltje.. daar is dus NIET op te zitten.



Mooi hè?

Zucht.

07 mei 2007

Marktplaats

De hele ochtend had ik al stress. Ik heb moeite met Dingen Vragen aan mensen. Met niet zelfstandig zijn. "Zouden jullie iets voor me kunnen doen?" oefende ik. "Ik heb een kastje dat naar beneden moet. Enneh. Dat lukt mij dus niet alleen met mijn gebroken been. Zouden jullie misschien.." Ik ademde diep in en uit. Pfff... "Ik kan dit! Ik kan dit! Ik kan aan volkomen onbekenden die mijn tv-kastje komen kopen vragen of ze een ander kastje naar beneden tillen. Dat moet lukken. Ik kan dit. Maar wat nou als het heel stomme mensen.. Nee annemárie! Dat soort dingen kan je gewoon vragen!" sprak ik mijzelf streng toe.

Ze klopten op de deur. Ik deed open. En moest mijn blik een halve meter naar beneden bijstellen. Ze waren héél klein! Mini-mensjes! Oempaloempa's! Een héél kleine papa en een héél kleine dochter stonden voor mijn deur. Opgewekt nodigde ik ze binnen, maar inwendig beefde ik.
"Ik wilde jullie eigenlijk iets vragen," begon ik voorzichtig.
"Ik euhm heb een kast boven, en die moet dus naar beneden. Op de plek van jullie nieuwe kast. Haha. Ja. Dus. Hij is niet heel zwaar, maar wel een beetje onhandig. Ik durf het eigenlijk niet zo goed te vragen. Ha. Dus."
"Tuurlijk! Geen probleem! Doen we even!" zei mini-dochter. Visoenen van verpletterde mini-mensjes dansten voor mijn ogen. Ze pasten allebei ìn mijn kast. Tegelijk. Ik voorzag rampspoed.

"Nee pap! Even naar links. Ja ho! Weer even stukje omhoog."
"Heb jij hem, meis?"
"Ja, ik heb hem, zo gaatie goed!"

En inderdaad. Zo gingie goed. Ze stroopten de mini-mouwtjes op en zakten door de mini-knietjes. Zuchtend en steunend en met het zweet op het mini-voorhoofd klaarden ze de klus.
Zomaar. Omdat ik het vroeg.

24 april 2007

Seksist

Laatst bekeek ik een huis. Met mijn vriendje. Hetgeen niet betekent dat ik dat huis met W ga kopen. Geëmancipeerde vrouw als ik ben, ben ik zeer goed in staat zelf een huis te kopen. Behalve dat het wel handig is als W slimme dingen kan zeggen over de bedrading. Ik was zelfs een tikkie geaffronteerd toen de makelaar vroeg of het huis voor ons samen was of voor mij alleen. Natuurlijk voor mij alleen! Wat denk je wel! Zelfstandige vrouw! Blabla!

Op de stoep wachtten wij tot we naar binnen mochten. Door het raam zag ik een meisje, mijn leeftijd. Ze inspecteerde de vensterbanken. "O, kijk. Een jong stel," zei ik. Om mij meteen daarna de verslikken in mijn eigen seksisme. "Ooohooo!! Hoor je dat?! Ik zei een jong stel, terwijl ik alleen het meisje zag! Misschien is het wel een meisje alleen, net als ik! Wat stom dat ik er vanuit ga dat het wel een stel zal zijn. Alsof een vrouw alleen geen huis koopt. Duh! Jeetje! Ik schrik een beetje van mezelf!"

Gisteren ontmoette ik mijn nieuwe buurvrouw. Zij zat op het dakterras. Ik zat op het dakterras. We keken tegelijk op en schudden handje, langs de schutting.
"Hoe lang wonen jullie hier nu al?" vroeg ik.
"Uuuhm. Ik woon alleen."

Ik schrik heel erg van mezelf!

20 april 2007

Verliefd: Part II

"O ja, shit. Hier is het allemaal opgebroken," zei W terwijl we in zijn Fiatje richting mijn droomhuis reden. Ik stelde nog voor de Fiat over de fietsbrug te knallen, maar dat was geen optie. Gezien de leuningen van de fietsbrug, niet gezien het verkeersethos van W. In de mini-fiat krijg je namelijk de neiging heel gekke illegale verkeersdingen te doen. Ik snap dat volledig. Die auto is per slot van rekening niet veel groter dan een fiets.

"Hmmm.. Het uitzicht is matig," vonden W en ik beiden, terwijl we op de makelaar stonden te wachten. Het uitzicht was voornamelijk op een groot quasi-retro lelijk schoolgebouw. Wel een schoolgebouw waar ik zaken mee doe, dus ik stelde me al voor dat ik mijn voordeur uit zou rollen en bij de klant naar binnen zou rollen. Het leek me vooralsnog best een leuk idee.

"Oooo! Het is wel een heel mooi stoepje!" zei ik.
"Schat, die stoepjes hebben ze overal in Rotterdam. Je moet geen huis kopen voor het stoepje."
Ik zuchtte eens en tikte met mijn ergonomische elleboogkruk op het mooie authentieke granito-achtige gebeuren dat zich stoepje noemde. W had gelijk, maar ik bleef hoopvol. We wierpen een blik naar boven en zagen afgebladderde kozijnen en afgebrokkelde dakranden.
"Maar niet rot! Kijk, het is wel droog volgens mij!" hield ik op hoopvolle toon vol.

"Ja, ze is op zoek naar een huis zonder trappen," zei W smalend tegen het veel te gladde makelaarsjong.
"O, ja. Ja, haha. Dan moet u deze eigenlijk niet hebben. Lukt dat wel, zo?"
"Het lukt PRIMA!" zei ik boos. Maar dacht dat het wel een beetje steil was. En krap.

We tikten op kozijnen, trokken behang van de wand, bekeken of muren neer te halen waren of dragend. De 'keuken in oorspronkelijke staat' was zeer oorspronkelijk ja. Oorspronkelijk gebouwd voor mensen van 1.60m. Het balkonhek was in orde, maar de bevestiging aan het balkon zodanig sleets dat je met één klein onverhoeds leunbeweginkje het diepe in zou storten.
"Linnen nog zeker, die bedrading?" vroeg W aan het makeljong. Die moest het antwoord schuldig blijven maar was het met ons eens dat die kans best groot was. En alle leidingen lood ja. Ja, waarschijnlijk wel.

In de badkamer bleek dat je met de buren de Sixtijnse kapel kon naspelen door de scheuren in de muren. Heel gezellig vingertop aan vingertop badderen. De trap naar boven was zo mogelijk nog halsbrekender dan mijn huidige trap; die weliswaar zijn halsbrekendheid nog niet heeft bewezen, maar zich qua heupbrekendheid met de besten kan meten. Het dak was als enige dak in het hele rijtje nog in 'oorspronkelijke staat'. Met als gevolg grote pisgele vlekken op het plafond.
"Je kan misschien met een vochtmeter kijken of het oude of nieuwe lekkage is," zei het makeljong hoopvol. Maar ik zag de treurnis in zijn ogen.

"Ja. Mooi huis ja. Goeie ruimte," zeiden W en ik, "Moet wel veel aan gebeuren."
"Ja, het is echt een opknappertje ja. Maar als je handig bent.." liet de makelaar een betekenisvolle stilte vallen. Betekenisvol en ook een tikkie bedroefd. Het was verkopen tegen de bierkaai, voelde hij al.

We sloegen de deuren van de Fiat dicht. Keken elkaar aan.
"Jezus! Wat een kuthuis!" zei W.
"Maar toch, die hal.." probeerde ik nog.
"Dan koop je dus een hal. En een stoepje. En een paar heel mooie deurklinken."
W was onvermurwbaar. En hij had gelijk. Het huis was een oud lijk. Oud en der dagen zat. Met looien leidingen, linnen bedrading en intiem contact met de buren. Een hopeloos duur karkas met levensgevaarlijke balkonhekken.

Maar toch. Die hal!

18 april 2007

Verliefd

Ik ben verliefd. Ik ben vreselijk verschrikkelijk ontzettend verliefd. Ik ben zo verliefd dat ik er niet van kan slapen. Woelend en draaiend in mijn bedje kon ik alleen maar aan hem denken. Zou hij op me wachten? Zou ik veel tijd en moeite in hem moeten investeren? Zouden we bij elkaar passen? Zou hij opleven, van al die tedere aandacht die ik hem zou geven? Van de zachte streling van mijn verfkwast? Zouden we samen hand in hand naar de horizon? Ik in een schattig bloemig jurkje en hij met nieuwe hoogglans gelakte deurkozijnen?

Het is wonderlijk, wat de aanblik van een verwaarloosd jaren '30 huis met mij kan doen. Ik verlies de realiteit volkomen uit het oog. Waar ik op zoek ging naar een traploos huis, droom ik nu van een huis met veel trap. Maar O zulke mooie deurklinken! En O zo'n mooie lichtinval! En zo vreselijk veel mogelijkheden! En zoveel ruimte!


O vreselijk mooi huis.. Werp je bladderende afzichtelijke donkergroene verf af en kom tot mij. Laat ons lang en gelukkig leven.

Een mens mag dromen, toch?

15 april 2007

Dagdroomhuis

Waar ik eerder een gebroken enkel als een uitmuntend excuus zag om nieuwe enkelvriendelijke schoenen te kopen, zie ik nu een gebroken heup als een uitmuntend excuus een nieuw huis te kopen. Een huis met een heupvriendelijke trap.

Het moet een huis zijn met glas-in-lood, en dan liefst niet lila met groen zoals ik nu heb, maar vermiljoen met kobalt. Of zoiets.

Het moet een huis zijn met een tuin, waar ik gewapend met schepje en zonnehoed plantjes kan verpotten. Of wat je ook doet met plantjes. Iets met een zonnehoed in ieder geval.

Het moet een huis zijn met een schuur. Liefst een schuur met een soort overwoekerd karrepad erheen, waar ik mijn oldtimer in kan bewaren. De oldtimer die ik met een poetsdoek van oude zomerjurk liefdevol verzorg.

Het moet een huis zijn met een keuken met een groot raam. Een groot raam met buiten klimrozen en binnen een vensterbank met tijm en rozemarijn. En dat ik dan elke dag appeltaarten bak.

Het moet een huis zijn aan het water. En dat ik dan een klein houten roeibootje van mijn steiger los kan knopen om te gaan picknicken op het eilandje. Het eilandje waar ik vanuit mijn woonkamer zicht op heb.

Het moet een huis zijn waar ik op blote voeten over ruwhouten vloeren loop, gehuld in witbroderie jurken. En waar de katten zich wellustig om mijn enkels draaien, bedelend om voedsel. En dat ze dan geen blikvoer krijgen maar hart. Ofzo. Als hart niet zo zou stinken.

Het moet een huis zijn met flapperend wasgoed aan de lijn. Met een schommel in de appelboom. En gekke tafeltjes van de brocanterie gecombineerd met vintage Corbusier. Met mijn eigen rietkraag, aan het water. Met permanent de geur van appeltaart. En dat ik dan helemaal niet meer 'in de ICT' werk, maar iets anders doe. Wàt precies weet ik niet. Iets met een galerie, of misschien wel iets heel truttigs met tweedehands meubels. Of dat ik exclusieve feestjes cater. Of misschien wel dat ik les geef in het volmaakt tevreden zijn. Dat ik in ieder geval vreselijk veel vrije tijd heb, voor al die tevredenheid. Daar in dat huis.

Wat een zomerse zondag en een rondje Funda al niet doet,
met je gedachten.

31 oktober 2006

Aan de dood ontsnapt!

Vanmiddag - terwijl ik mij met een dikke bofkop op de bank zielig lag te voelen - raasde er een brandweerwagen door de straat. Sirenes en al. Toen nog een, en nòg een! En politie! En een ambulance! En er gebeurt hier dus nooit iets behalve soms een lijkwagen die dubbel moet parkeren om een dood oudje op te halen. Terwijl er dan auto's achter staan te wachten die nog nèt niet toeteren. Heel cru allemaal, maar niet Spannend en zeker nooit Sirenes!

De buren stonden allemaal in hun deuropening richting de einder de turen, dus ik besloot mijn bofkop om de hoek van de voordeur te steken en eens te kijken waar alle ophef over was. Niks te zien natuurlijk. Verderop mensen in uniform ja, maar dawwassetwel. Ze keken er niet eens gestressed bij. Het ontbrak er nog maar aan dat ze sjekkies stonden te draaien, zo relaxed. Hèbben we eindelijk eens iets potentieel Spannends in de straat, gebeurt er nog niks.

Het mooie van langsrazende sirenes en buren in deuropeningen is dat je met z'n allen een bonding moment meemaakt. 'Wat zou er aan de hand zijn?' en 'Gelukkig zijn wij het niet!' Dat laatste spreek je niet uit - we zijn immers allemaal intens fatsoenlijke mensen - maar je weet dat iedereen het stiekem denkt natuurlijk.

Het is een mooi moment om de buren te groeten en te lamenteren over het leed in de wereld. Het leed in de straat. Het leed dat ons niet getroffen heeft. Zo hoort dat immers. Leed moet even bij de volgende deur aankloppen, dankuwel.

Zo wist de buurvrouw mij te vertellen, terwijl we allebei op onze tenen stonden om meer te zien (volkomen nutteloze exercitie, dat op de tenen staan) dat een maand of wat terug de bliksem is ingeslagen bij ons achter. Eén straat verderop! Zomaar ineens! Op klaarlichte dag! Wellicht niet helemaal klaarlicht in verband met donder en bliksem, maar toch! Zomaar ineens de bliksem ingeslagen! En brand ook nog! Een oud vrouwtje dat alleen thuis was en nog heeft geprobeerd met emmertjes water! Uiteindelijk naar de buren gevlucht! Brandweer op het dak! Brandweer geen water omdat ze de week daarvoor de waterpaaltjes hadden dichtgeverfd! Uitslaande vlammen! Hoestende mensen! Vluchtende ratten! Starre paniek! Huilende kinderen! Nog veel meer dingen met uitroeptekens!

En ik bedacht mij dus toen, zomaar ineens, dat ik aan de dood ben ontsnapt! Weliswaar met vier maanden en 150 meter tussenruimte, maar dan nog! Uitroepteken!